Toen Napoleon in 1811 het Decreet van Bayonne invoerde en iedereen verplichtte een vaste achternaam te registreren, kozen veel mensen voor namen die al generaties lang informeel in de volksmond werden gebruikt. De uitgang “-inga” is daar een voorbeeld van; het is een oude Germaanse suffix die oorspronkelijk betekent: “behorend tot de groep van” of “volgeling/afstammeling van”. Eit’s betovergrootvader Roel Fokkes (1750–1837) moest ook een achternaam kiezen.
De plaats van Roel Fokkes (veldwachter) in de rij van voorvaderen is als volgt, terugwaarts in de tijd:
Dus Roel’s voorvaderen heetten afwisselend: Fokke en Fokkes(= “van Fokke”). Daarom, waarschijnlijk, koos Roel Fokkes als achternaam “Fokkinga” (“behorend tot de clan van de Fokke’s”) of “Fokkenga” (het handgeschreven officiële document leest als “Fokkenga”, maar zijn kinderen hadden direct al duidelijk “Fokkinga” als officiële achternaam).
Naamverklaring
van Roel FokkesFOTOs/image020_small.jpg
“Voor Baljuw benevens het Gemeente Bestuur
van het Distrikt Agtkarspalen, (waarnemende de functien van Maire der
Gemeente, van Augustinusga Canton Buitenpost, Arrondissement Leeuwarden,
Departement Vriesland gecompareerd zijnde
Roel Fokkes woonende te Harkema Opeinde heeft dezelve verklaart, dat hij
aanneemt den naam
voor familie-naam en dat hij heeft navolgende
kinderen:
Jelke oud 37 jaar, Fokke oud 33 jaar, Meine oud 31 jaar, Grietjen oud 31
jaar, Jochum oud 28 jaar, Pieter 26 jaar, Zibeltie oud 23 jaar, Sietse
oud 20 jaar, Sietske oud 18 jaar, Mayke oud 14 jaar,
en kleinkinderen als Roel oud 8 jaar, Tettie oud 6 jaar, Antie oud 2
jaar, zijnde kinderen aan Jelke en wonende met hun vader te
Augustijnusga en Aukjen oud 3 jaar, Roel 1 jaar zijnde van Jochum
wonende met de vader op Surhuisterveen ende over te Harkema Opeinde en
heeft deze met ons vertekend den 28 December 1811.
R. F. fokkıngaFOTOs/image020-FOKKINGA.jpg
Twee halfbroers van Roel kiezen een andere achternaam, Marten Fokkes kiest de achternaam Kloosterman, Reid Fokkes kiest van der Ley.
Overigens, de uitgang -enga is een “jongere” variant van -inga. In de vroege Middeleeuwen was de uitgang vaak strikt -inga. Naarmate de taal evolueerde van Oudfries naar Middelfries, trad er vaak verzwakking op: de heldere “i” veranderde in de vluchtige “e”. Bovendien komt -inga: veel voor in Groningen en de Friese Woudens, terwijl -enga: Fries is (vooral in de Friese kleistreken en de Zuidwesthoek). Trouwens, in Groningen, Drenthe en de Achterhoek sleet de -a vaak af en bleef alleen -ing of -ink over (bijv. Fokkink).
UIT: Friesch Dagblad, 26 januari 1973
Stamplaats van Fokkenga’s in Harkema
In het oude Harkema wat nu in de volksmond Hamsterplein heet, stonden in de landen rond een singeltje (dat er nog is) door de even heen vier boerderijen. Twee ervan zijn door ouderdom afgebroken en niet weer herbouwd, een derde is afgebrand. De boerderij aan het Oosteinde van de Singel staat er nog en is bewoond door de heer TS Hoekstra (coördinaten 53.19073041475185, 6.13503513051545 of 53.19085978239674, 6.135393205409302 volgens mijn speurtocht op Google Maps, dd 11 mei 2026, MMF). Deze is eeuwen oud en alleen voorzien van een nieuwe voorhuizinge. Een onderzoek heeft uitgewezen, dat deze boerderij de stamplaats is van de boerengeslachten Oosterhoff en Fokkenga. Rond 1700 woonde hier het echtpaar Meine Aalses, bijzitter (zo noemde men toen een wethouder) van Achtkarspelen en Sibbeltje Halbes. Hun kleinzoon Jan Halbes uit Augustinusga koos in 1811 de naam Oosterhoff. Het geslacht Oosterhoff telt vele nazaten. De jongste zoon Jelke volgde zijn ouders op in de boerderij. Zijn enige dochter trouwde met de Roel Fokkes, die zich later Fokkenga noemde en ook jaren op dezelfde boerderij woonde. Vandaar dat er nog zoveel Fokkenga’s in Achtkarspelen wonen.
OORSPRONG “Fokkinga”, Uit een dagblad:
Tot de meest bekende geslachten van Oud-Harkema Opeinde moet zekerlijk gerekend worden de familie “Fokkinga”. De aloude dodenakker te Buweklooster bergt het stoffelijk overschot van tal haar leden. Onder het luiden van de nog aanwezige klok werden de dierbare afgestorvenen ter rustplaats gebracht. In de kerkelijke aantekeningen van Drogeham vinden we onder meer vermeld de namen van Age Fockes, huisman in het begin der 18e eeuw, en van diens zoon Focke Ages gecopuleerd (dit is: gehuwd) met Grijtje Jochems van Rottevalle, anno 1715. Een van de spruiten uit dezen echt was Roel, geboren in 1756. Deze Roel Fokes of Roel Fokkes kwam door zijn huwelijk met Tetje Jelkes, enige dochter van den huisman Jelke Meines en kleindochter van den bijzitter [= wethouder] Meine Aelses te Harkema Opeinde, in 1772 te zijner tijd in het bezit van een aldaar gelegen vrij aanzienlijke boerderij. Roel Fokkes te Harkema-Opeinde heeft in December 1811 voor baljuw, benevens het gemeentebestuur van het district Achtkarspelen, waarnemende de functiën van maire der gemeente Augustinusga, canton Buitenpost, arrondissement Leeuwarden, departement Friesland, verklaard de naam “Fokkinga” als familienaam aan te nemen en dat hij heeft 10 kinderen, namelijk Jelke, Fokke, Meine, Grietje, Jochem, Pieter, Sibbeltje, Sytze, Sytske, Mayke; benevens verschillende kleinkinderen. Roel Fokkes Fokkinga, die ook meer dan eene betrekking bekleed heeft, stierf ten jare 1837 in hooge ouderdom. Zijn echtgenoote was hem reeds een zestal jaren voorgegaan. De uitgebreide familie “Fokkinga” huist…
Augustinusga (in het Fries: Stynsgea)
Oostelijk
Friesland rond 1819FOTOs/Kaart-Friesland-rond-1819-q75s0.jpg
Augustinusga ligt midden tussen de steden Leeuwarden en Groningen. Op de
kaart is Agustinusga te zien met ten Z.O. daarvan ook Harkema-Opeinde en
Drogeham. Tegenwoordig vallen deze allen onder de gemeente
Achtkarspelen.
Dit “hoofdstuk” bevat foto’s en krantenartikelen over “Fokkinga” die Betty Fokkinga-van Stokkum (+22/11/2016) heeft nagelaten. Op een paar plekken heb ik zelf wat tekst toegevoegd.
Structuur van het diagram:
┌─ vader van X
── persoon X
└─ moeder van X
Onder het diagram is een scroll-balk om de meest rechter tekst te tonen.
┌─, Poucke Asingen
┌─, Benne Pouckes
│ └─, Reine
┌─, Pouge Bennes (Binnesz) (b. omstreeks 1530, d. voor 1603)
│ └─, Ryemcke Alles
┌─Harckema, Focke Pouges (b. 1574, d. 17/1/1649)
│ └─, Anna Jans (Jansdr)
┌─, Heercke Fockes
│ │ ┌─, Heercke Ruirts
│ └─, Tryn Heerkes (d. voor 20/12/1664)
│ └─, Teets Jans
┌─, Focke Heerckes
│ │ ┌─Itsma, Aetze
│ │ ┌─Itsma, Sjoerd Aetzes (d. tussen 1598 en 1605)
│ │ ┌─Itsma, Focke Sjoerds (b. omstreeks 1580, d. 1630)
│ │ │ │ ┌─Gratinga, Folcke Bottes (d. voor 22/1/1572)
│ │ │ └─Gratinga, Anna Folckes (d. 25/1/1598)
│ │ ┌─Ytsma, Lieuwe Fockes (d. voor 27/2/1664)
│ │ │ └─, Eets Minnes (d. voor 1622)
│ └─Ytsma, Doed Lieuwes
│ │ ┌─, Orck Douwes
│ │ ┌─, Aelse Orcks (d. voor 1645)
│ │ │ └─, Aelcke
│ └─, Antje Aelses (d. voor 1635)
│ └─, Bauck Gerryts (d. voor 1645)
┌─, Aage Fockes (b. 12/7/1686, d. na 1727)
│ │ ┌─, Aagge Pyters (d. voor 1626)
│ │ ┌─, Pieter Aagges
│ │ │ └─, Remck Jacobs (d. voor 1626)
│ │ ┌─, Aagge Pieters (d. 1682)
│ └─, Riemckjen Aages (b. 1660)
│ └─, Maaicke Jans
┌─, Fokke Ages (b. 30/5/1723)
│ │ ┌─, Jan Martens
│ └─, Taetske Jans (b. 17/4/1685, d. na 1727)
│ └─, Pietje Sipkes
┌─Fokkinga, Roel Fokkes (b. 23/3/1750, d. 11/3/1837)
│ └─Jochems, Grietje (d. 23/3/1750)
┌─Fokkinga, Jelke Roels (b. 9/2/1774, d. 19/5/1842)
│ │ ┌─, Orck Douwes
│ │ ┌─, Aelse Orcks (d. voor 1645)
│ │ │ └─, Aelcke
│ │ ┌─, Meine Aeltses
│ │ │ └─, Bauck Gerryts (d. voor 1645)
│ │ ┌─, Aelzen Meines (b. 1640, d. 1683)
│ │ │ └─, Sjouck Meints
│ │ ┌─, Meine Aalzes (b. 11/5/1673, d. 1738)
│ │ │ │ ┌─, Oeds Hedzers
│ │ │ └─, Bauckjen Oedzes
│ │ │ └─, Jouck Jans
│ │ ┌─, Jelke Meines (b. 29/10/1713, d. voor 1806)
│ │ │ └─, Sibbeltje Halbes (b. 1677, d. 24/3/1754)
│ └─Nicolai, Tetje Jelkes (b. 29/9/1754, d. 17/8/1830)
│ │ ┌─, Claas Atses
│ │ ┌─Nicolai, Atzo (b. 1640, d. 7/8/1701)
│ │ │ └─, Maaycke Pyters (d. na 1640)
│ │ ┌─Nicolai, Pieter Atzonis (b. 12/11/1686, d. 23/1/1769)
│ │ │ │ ┌─, Goytzen Roels
│ │ │ └─, Tettje Goytzens (b. 1656)
│ │ │ └─
│ └─Nicolai, Mayke Pytters (b. 12/10/1727, d. 11/7/1755)
│ │ ┌─Harckama, Folef Harckes
│ │ ┌─Harckama, Harcke Folefs
│ │ ┌─Harckama, Folef Harckes
│ │ │ └─, Met Coenes
│ │ ┌─Harckema, Bocke Folefs (d. 1690)
│ │ │ │ ┌─, Lippe Bockes (d. voor 24/11/1629)
│ │ │ └─, Syts Lippes
│ │ │ └─, Anne Sjucks (d. voor 0/9/1608)
│ │ ┌─Harckema, Andries Bockes (b. 10/3/1663, d. 1694)
│ │ │ │ ┌─Lieuma, Wydt Lyeuma (d. voor 1658)
│ │ │ │ ┌─Lieuma, Macke Wydts
│ │ │ │ │ └─, Trijntje Pieters
│ │ │ └─Lieuma, Wypckje Mackes (b. 1/1/1643, d. 5/8/1677)
│ │ │ └─, Grietje Andries
│ └─Harckema, Andrieske Andries (b. 4/11/1694)
│ └─, Houkjen Martens (d. 1694)
┌─Fokkinga, Eelze Jelkes (b. 30/5/1814, d. 27/11/1888)
│ │ ┌─Postma, Eelse Jans
│ │ ┌─Posthumus/Postma, Eelze Eelzes (Elze Elzes) (b. 14/6/1766, d. 30/1/1792)
│ │ │ │ ┌─, Tjomme Wytses
│ │ │ └─, Sytske Tjommes (b. 17/8/1732)
│ └─Postma (Sikkema), Sytske Eelzes (Elzes) (b. 2/11/1782, d. 29/6/1870)
│ │ ┌─, Heijn Bootes (d. 1/9/1706)
│ │ ┌─, Teeke Heijns
│ │ │ └─, Saekjen Taekes
│ │ ┌─, Jacob Teekes (b. 23/7/1702)
│ │ │ └─, .... Jacobs
│ │ ┌─, Teeke Jacobs (b. 9/3/1727)
│ └─Wiersma, Antje Taekes (b. 21/5/1758, d. 14/12/1837)
│ │ ┌─, Tomas Fransen
│ └─, Bauk Thomas (b. 29/8/1728)
┌─Fokkinga, Douwe Eelzes (b. 30/12/1849, d. 28/8/1929)
│ │ ┌─Broersma, Jan Douwes (b. 6/6/1756, d. 29/10/1842)
│ │ ┌─Broersma, Douwe Jans (b. 12/7/1785, d. 30/4/1863)
│ │ │ │ ┌─van der Zijl, Edze Tjeerds
│ │ │ │ ┌─van der Zijl, Tjeerd Edses (b. 1734, d. 22/3/1817)
│ │ │ │ │ └─, Lumke Klazes
│ │ │ └─van der Zijl, Wytske Tjeerds (b. 23/9/1759, d. 6/8/1826)
│ │ │ │ ┌─, Buwe Karsties
│ │ │ │ ┌─, Nittert Bouwes (b. 10/3/1709)
│ │ │ └─, Lijsbet Nitterts (b. 10/5/1739)
│ │ │ └─, Folkjen Sierks
│ └─Broersma, Nieske Douwes (b. 14/10/1823, d. 25/4/1901)
│ │ ┌─, Jan Meentes
│ │ ┌─, Meente Jans (b. 20/3/1735)
│ │ │ └─, Aukje Pieters
│ │ ┌─Pel, Eit/Eijt Mients Pel (b. 15/11/1763, d. 22/8/1828)
│ │ │ │ ┌─, Eidt Jacobs
│ │ │ └─, Hylkje Eijts (b. 27/12/1744)
│ │ │ └─, Sjoukjen Jans
│ └─Pel, Jacobje Eits (b. 7/7/1795, d. 23/11/1835)
│ │ ┌─, Hendrik Harmens
│ └─, Nyske Hendriks (b. omstreeks 1761, d. 30/12/1819)
│ └─, Jakobje
o───Fokkinga, Eit (b. 28/1/1887, d. 1/10/1951)
│ ┌─Couper, John
│ ┌─Couper, John (d. 1620)
│ ┌─, Jan Janssen Cuyper (b. tussen 1590 en 1595, d. na 22/7/1674)
│ ┌─Couperus, Theodorus Johannes (b. omstreeks 1626, d. 1684)
│ │ └─
│ ┌─Couperus, Petrus (b. 1657, d. 27/4/1735)
│ │ └─, Geertje Clases (d. 2/1/1679)
│ ┌─Couperus, Johannes (b. 1/4/1694, d. 3/9/1781)
│ │ │ ┌─Steindam, Henricus Theodorus
│ │ └─Steindam, Gerarda (b. 10/8/1660, d. 10/5/1735)
│ │ │ ┌─, Gerrit Harmens
│ │ └─, Geeske Gerrits Duyff (b. 25/2/1635)
│ ┌─Couperus, Gerhardus Johannes (b. na 1740, d. 12/7/1808)
│ │ │ ┌─van Minnen, Engel
│ │ └─van Minnen, Jancke Catharina
│ │ │ ┌─, Scaevola Joannis
│ │ └─, Jetske Catharina Schaevola
│ │ └─, Maria Bosman
│ ┌─Couperus, Johannes Gerhardus (b. 0/5/1776, d. 20/6/1816)
│ │ │ ┌─, Albert Tjibbes
│ │ └─Hoogeveen/Hogeveen, Renske/Reinskje Alberts Hoogeveen (b. 27/2/1741, d. 9/11/1817)
│ │ │ ┌─, Hendrik Roelfs
│ │ │ ┌─, Sierd Hendriks (b. 19/2/1688)
│ │ │ │ └─, Jauk Sierds
│ │ └─, Jauk Sierds (b. 29/9/1709)
│ │ └─, Reinsch Feikes
│ ┌─Couperus, Petrus Albert Johannes (b. 8/1/1807, d. 23/5/1881)
│ │ │ ┌─, Tyerk Goytses
│ │ │ ┌─, Gaele Tjerks (b. 7/7/1674)
│ │ │ │ └─, Wytske Bruchts
│ │ │ ┌─, Goytze Gaeles (b. 11/11/1714)
│ │ │ │ └─, Feijkjen Erryts
│ │ │ ┌─van der Veen, Gaele Goitzens (b. 0/3/1746, d. 15/5/1824)
│ │ │ │ └─, Geeske Gerrits
│ │ └─van der Veen, Jeltje Gaeles (b. 5/10/1777, d. 22/1/1845)
│ │ │ ┌─, Egbert Annes
│ │ │ ┌─, Sybe Egberts (b. 23/2/1716)
│ │ │ │ └─, Antje Jans (b. 15/12/1695)
│ │ └─Siebersma, Antje Siebes (b. 16/6/1748, d. 5/8/1817)
│ │ └─, Jeltje Jacobus
└─Couperus, Jeltje (b. 27/6/1853, d. 9/1/1931)
│ ┌─Boersema, Jan Metting Derks (b. 2/12/1740, d. voor 1828)
│ ┌─Boersema, Berend (d. 21/9/1828)
│ │ └─van Zelling/Sellingh, Aaltje Berends/Bernts (b. 28/1/1748, d. voor 1828)
└─Boersema, Magdalena Catharina (b. 9/11/1817, d. 7/7/1853)
│ ┌─, Harke Minnes
│ ┌─, Minne Harkes (b. 3/4/1698)
│ ┌─Faber, Harke Minnes (b. 18/1/1739)
│ │ └─, Ymkjen Gerrits
└─Faber, Ymkjen (b. 13/3/1781, d. 31/3/1837)
│ ┌─Steensma, Gerrardus
│ ┌─Steensma, Petrus (b. 15/2/1714)
│ │ └─, Jinigjen Jacobs
└─Steensma, Magdalena Catharina Petrus (b. 25/2/1753, d. 6/4/1821)
│ ┌─Harinxma, Haringh
│ ┌─Harinxma, Douwe
│ │ └─, Jelck
│ ┌─Harinxma, Haringh (d. 1478)
│ │ │ ┌─Bonninga, Broer
│ │ │ ┌─Bonninga, Lou Broers
│ │ │ ┌─Bonninga, Hille Lous
│ │ │ │ └─Albada, ... Hilkes
│ │ └─Bonninga, Rixt Hilles
│ │ └─Minnema, ... Wybes
│ ┌─Harinxma, Hartman (d. 1491)
│ │ │ ┌─Popma, Sjoerd
│ │ │ ┌─Popma, Poppe Sjoerds
│ │ │ ┌─Popma, Rienk Poppes
│ │ └─Popma, Popck Riencks dr.
│ │ └─, Gatske
│ ┌─van Harinxma, Haringh
│ │ └─van Aylva, Gerlant (of Jesck)
│ ┌─van Harinxma, Douwe (d. 2/12/1569)
│ │ └─van Burmania, Bauck Riencks dr. (d. 1553)
│ ┌─van Harinxma, Haringh (d. 3/1/1581)
│ │ └─van Roorda, Popck Scheltes dr. (d. 7/5/1558)
│ ┌─van Harinxma, Douwe (b. 1568, d. 8/10/1639)
│ │ └─, Wiek Hoytesdr Uninga (d. 0/1/1581)
│ ┌─van Harinxma, Haringh (b. 27/8/1604, d. 14/10/1669)
│ │ └─van Dunnewaldt, Machtelt (b. 1584, d. 2/9/1639)
│ ┌─van Harinxma, Idzart Jacob (b. 22/3/1636, d. 28/5/1692)
│ │ └─van Quadt van Quadt, Geertruid Georgesde (d. 29/11/1643)
│ ┌─van Harinxma, Haringh Lodewijcks (b. 1663, d. 30/12/1719)
│ │ └─van Brakel, Anna (d. 20/6/1667)
└─van Harinxma, Hubertina (b. 4/1/1715)
└─Kip, Magdalena Catharina (d. 7/12/1761)
Geen gegevens beschikbaar
Generatie 1 en 2 zijn volledig; generatie 3 waarschijnlijk niet.
1. Dinke / Dieuwke Pijl Pijl x Hidzer Sietzes Sietzema
2. Sietze Sietzema x Hieltje Zijlstra
2. Auke Sietzema x Griet Oosterhof
1. Eelze Fokkinga x Trijntje Pel
2. Douwe Fokkinga x Jeltje Sipma
2. Griet Fokkinga x Hartman Dirk Bolzman
1. Petrus Albert Fokkinga x Antje Lautenbach
2. Aafke Fokkinga
2. Douwe Fokkinga x Tine Drenth
2. Jeltje Fokkinga x Wietze Terpstra
1. Eit Fokkinga x Petronella Maria Bernardina Johanna Frehe
Nazaten: HIERONDER
1. Magdalena Catharina Fokkinga x Tjeerd Koopmans
2. Jan Koopmans x Grietje de Jong
2. Douwe Koopmans x Tjerkje van der Weg
2. Jeltje Koopmans x Sije Sikma
1. Jelke Fokkinga x Jifke Kuipers
2. Griet Fokkinga x Dirk Ferwerda
2. Douwe Fokkinga x Fetje van der Zwaag
2. Hendrik Fokkinga x Velta Strupe
2. Eelze Fokkinga x Teuna Barendina Poldervaart
2. Johannes Fokkinga x Catharina Johanna Ferwerda
2. Petrus Albert Fokkinga x Geerdina Alida Dalstra
1. Nieske Fokkinga x Nanne Pel
2. Eit Pel x Marie Ossenbrugge
2. Jeltje Pel x Dirk van der Schaaf
2. Griet Pel x Hendrik Korte
2. Magdalena Catharina Pel x Anton Gaaikhorst
2. Trijntje Pel x Jaap Rosier
2. Douwe Albert Pel x Maria T. van Eyk
2. Antje Pel x Jacobus Kaandorp
2. Dieuwke Pel x Jan Cornelis Scheele
1. Johannes Fokkinga x Klasina Kingma
2. Gerard Ynte Fokkinga x Edith Marie Oldeboom
3. Tjeerd Fokkinga
3. Wine Evelyn Fokkinga
2. Hans Fokkinga
2. Jaap Fokkinga
2. Tineke Fokkinga
1. Gerhardus Fokkinga
Geheel of gedeeltelijk bijgewerkt tot 2026
1. Johan Douwe Fokkinga x Ine Bijl
2. Ellen Fokkinga x Peter Geukes
3. Tamara Geukes
2. Tineke Fokkinga x Dolf Sperna-Weiland
3. Marjan Sperna-Weiland x Dick van Schaik Connor
3. Paul Sperna-Weiland x Marcha
4. Cira Sperna-Weiland
4. Fiora Sperna-Weiland
4. Vigo Sperna-Weiland
3. Tom Sperna-Weiland x Sarita Meester
4. Thijme Sperna-Weiland
4. Balou Sperna-Weiland
3. Karen Sperna-Weiland x Cuno Ruben Langeveld
4. Fay Langeveld
4. Nanno Langeveld
2. Hans Fokkinga
1. Bernard Fokkinga x Elisabeth Ludwina Maria van Stokkum
2. Petra Fokkinga x Peter Smulders
3. Nienke Smulders x Karl Buiks
4. Femke Buiks
4. Mirte Buiks
4. Taeke Buiks
3. Mascha Smulders x Chris Leferink
4. Jilles Leferink
4. Kai Leferink
4. Eefke Leferink
3. Froukje Smulders x Willem Hol
4. Laurien Hol
4. Kasper Hol
2. Marjan Fokkinga x Niels Bokhove
3. Joris Bokhove x Yuan-Kwan Lam
4. Otis Bokhove
3. Stijn Bokhove x Suzan Krammer
4. Sophie Nora Bokhove
2. Maarten Fokkinga x Ans Witteveen
3. Pepijn Fokkinga x Sandra de Gier
4. Jasmijn Fokkinga
3. Wietske Fokkinga x Michiel Lieberom
4. Jasper Lieberom
4. Bram Lieberom
3. Carin Fokkinga x Ivo Omlo
4. Yesse Omlo
4. Maureen Omlo
4. Nina Omlo
2. Liesbeth Fokkinga x Simon Wit
2. Suzan Fokkinga x John Thijssen
3. Jim Thijssen x Nina Vossen
4. Finn Thijssen
3. Leo Thijssen x Suzan de Jong-Thijssen
4. Casper Anton Thijssen
2. Wouter Fokkinga x Petra Bannink
3. Jesse Fokkinga x Kristina Bartelias
4. Elio Ioannis Fokkinga
3. Daniël Fokkinga x Flor
3. Ella Fokkinga
2. Lidwien Fokkinga x Peter van der Bilt
3. Floor van der Bilt x Erik Michielsen
4. Anouk Michielsen
3. Ilse van der Bilt
3. Daphne van der Bilt
1. Anneke Fokkinga x Bas Zuiderent
2. Marieke Zuiderent
2. Eduard Zuiderent x Unknown
3. Bas Zuiderent
3. Annemarie Zuiderent
2. Annette Zuiderent x Koos Buys
3. Tjerk Buys
3. Wessel Buys
3. Anouk Buys
Centraal op de foto hieronder zitten Douwe Eelzes Fokkinga en Jeltje Couperus, getrouwd op 30-11-1872, met hun kinderen en partners (zie de namen op de foto er onder). De foto is gemaakt ergens tussen 1912 en 1920.
(NAMEN
hieronder. Eit’s ouders Douwe x Jeltje met gezin en partnersFOTOs/fotoblad-07-fam-Douwe-x-Jeltje-q75s0.jpg
FOTOs/Fam-Douwe-x-Jeltje-NAMEN.jpg
Douwe Fokkinga
en Jeltje CouperusFOTOs/Opa-Oma-DouweEeelzesFokkinga-JeltjePetrusCouperus-q75s0.jpg
Eit, naar
schatting 18 jaarFOTOs/fotoblad-31-Eit4-ca18jaar-q75s0.jpg
Eit draagt hier een zogenaamde liggende boord met opengevouwen punten
(een vroege variant van de moderne overhemdkraag). Dit type kraag werd
rond 1905–1910 gedragen door opgroeiende jongens en jonge mannen voor
informelere of alledaagse portretten. De das is breed en ietwat losser
geknoopt (een regatte of vroege stropdas), wat ook typisch was voor de
jeugdmode uit die jaren.
FOTOs/fotoblad-13-wielrenner-EIT-q75s0.jpg
Scheveningen,
Kampioenschap NL (Finale), Tulleken, Huizinga, Fokkinga
(wint)FOTOs/fotoblad-13-Tlleken-Huizinga-Fokkinga-winnaar-Scheveningen-NedKampioenschap-q75s0.jpg
FOTOs/Eit-als-Wielrenner.jpg
BerlijnFOTOs/fotoblad-14-wielrennen-Berlijn-q75s0.jpg
Eit Fokkinga,
1906 (uitgegeven als Postkaart)FOTOs/fotoblad-14-wielrenner-briefkaart-q75s0.jpg
achterzijde van
de PostkaartFOTOs/fotoblad-14-wielrenner-briefkaart-achterzijde-q75s0.jpg
Eit was Nederlands kampioen sprinten op de baan op 1 km in 1906 en
1908.
Hij kwam bij toeval in de wielersport terecht. Toen het gezin Fokkinga
nog in het Groningse Winsum woonde, ging Eit elke dag op de fiets naar
school in Groningen. Zodoende bouwde hij een goede conditie op en nam
deel aan enkele ‘wilde’ wielerwedstrijden. Daarna sloot hij zich aan bij
de NWB. Hij oefende thuis in Augustinusga op een zelf aangelegd
primitief baantje. Bij de amateurs kon hij niet starten, omdat hij in de
‘wilde’ wedstrijden voor geld had gereden. Reeds op zestienjarige leef
tijd reed Fokkinga derhalve bij de beroepsrenners en hij is
waarschijnlijk de jongste prof die de Nederlandse wielersport ooit heeft
gehad. In 1905 werd de afgestudeerde HBS’er op de baan te Groningen
kampioen van het noorden, maar een jaar later kon hij die titel niet
prolongeren. Verrassend werd hij verslagen door de Groninger Menno
Beukema. In de wedstrijden in de provincie was hij bijna niet te
verslaan. Waar Fokkinga inschreef, lieten anderen vaak verstek gaan
omdat men dacht toch geen kans te hebben. Tweemaal greep de rappe Fries
een nationaal sprintkampioenschap op de baan: in 1906 en 1908. De eerste
keer was hij sneller dan Jan van Gent en twee jaar later moest Jan
Tulleken het onderspit delven. In 1907, 1909 en 1910 werd hij op het
zelfde onderdeel derde tijdens het NK. Na zijn actieve wielercarrière
was Fokkinga, die na Augustinusga nog in Leeuwarden, Delft, Den Haag en
Rotterdam woonde, begeleider van de nationale Miss Blanche-baanselectie
en in 1926 werd hij bondsbestuurder (secretaris/penningmeester). Men
vond Eit Fokkinga “welbespraakt, intelligent, knap, maar ook
zelfingenomen en regelzuchtig”. Hij was een groot organisatorisch talent
en professionaliseerde weldra de organisatie binnen de wielerbond. Een
gigantische rel, onder meer met de bekende journalist en ploegleider
Joris van den Bergh, zorgde er voor dat de rol van Fokkinga uitgespeeld
raakte. “De chaotische situatie, waarin de wielerbond thans verkeert, en
die indruist tegen elk behoorlijk organisatieprincipe, noopt tot mijn
aftreden”, schreef Fokkinga en trad per 1 januari 1927 terug. De
teloorgang van de Nederlandsche Wieler Bond was het gevolg, waarna in
1928 de (Koninklijke) Nederlandsche Wielren Unie werd opgericht. Kort na
de Tweede Wereldoorlog werd Fokkinga directeur-generaal van de PTT te
Rotterdam. Hij was Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. (Bron:
Wielrennen in Friesland door de eeuwen heen, door Martinus Jongsma e.a.,
Surhuisterveen 1998).
FOTOs/signal-2025-10-17-153508.jpg Pagina
458: Kampioenschap van Nederland Professionals 1
K.M.:
“Kampioen G. A. Schilling, 2 J. Tulleken, 3 Fokkinga.”
De match der beide korten afstand-kampioenen won Guus Schilling
gemakkelijk. Zijn prijs was een gouden doekspeld, door den heer A. Marx
uitgeloofd.
E. Fokkinga, J.
Eden. – FOKKINGA WINT DEN JAAP EDEN-PRIJS TE AMSTERDAM.FOTOs/signal-2025-10-17-153508_002-foto.jpeg
v.l.n.r: J.
Tulleken (2e) – J. v. Gent (1e) – E. Fokkinga (3e). —- MATCH A TROIS TE
AMSTERDAM.FOTOs/signal-2025-10-17-153508_003-foto.jpeg
“De verplaatsbare baan lag het geheele seizoen te Rotterdam, maar bood niets belangrijks. Evenzoo was het te Maastricht. Een aardige match vond op de Amsterdamsche baan plaats tusschen van Gent (die voor dit doel de sprintmachine had opgezocht), Fokkinga en Tulleken. Tot veler verrassing sloeg van Gent de beide uitstekende sprinters.”
Eit is getrouwd met Nel (Petronella) Frehe (30/1/1886–17/1/1940) en na 1940 getrouwd met, of een partnership aangegaan met, Suze van Hellemondt.
Petronelle (Nel)
FreheFOTOs/Petronella(Nel)Frehe-q75s0.jpg
Nel
FreheFOTOs/fotoblad-6-NelFrehe-q75s0.jpg
Nel
FreheFOTOs/fotoblad-5-ori-NelFrehe-van-negatief-q75s0.jpg
Eit
FokkingaFOTOs/fotoblad-04-EitFokkinga-q75s0.jpg
Eit x Nel,
22-10-1912 te DelftFOTOs/EitFokkinga-PetronellaFrehe-q75s0.jpg
Eit x Nel,
22-10-1912 te DelftFOTOs/fotoblad-06-Eit-x-Nel-1911-q75s0.jpg
Zie het formele, hagelwitte stijve opstaande boord (ook wel bekend als de vadermoordenaar of vleugelboord). Dit was de ultieme ceremoniële en formele herenmode van de late negentiende eeuw tot diep in de jaren 1910/1920. Een jonge man stapte pas over naar dit type stijve, hoge boorden wanneer hij de volwassen leeftijd bereikte en zich begon te presenteren als een heer in de maatschappij of het zakenleven. Het dwingt de drager tot een zeer rechte, statige hoofdhouding.
Nel’s ouder waren Bernard Frehe (1856–5/4/1930) en Joh. M.C. Frehe-Zom, 2/2/1863–27/9/1948.
Bernard
FreheFOTOs/00-foto-1-BernardFrehe-q75s0.jpg
Bernard
FreheFOTOs/foto-2-BernardFrehe-q75s0.jpg
Bernard
FreheFOTOs/fotoblad-3-de-Foto-BernardFrehe-q75s0.jpg
Bernard
FreheFOTOs/fotoblad-4-de-Foto-BernardFrehe-q75s0.jpg
Bernard Frehe,
overleden 5 april 1930FOTOs/fotoblad-2b-bidprentje-q75s0.jpg
Achterzijde
bidprentjeFOTOs/fotoblad-2-bidprentje-q75s0.jpg
Nel’s moeder:
Joh. M.C. Frehe-Zom, *2-2-1863 +27-9-1948FOTOs/fotoblad-2-Joh_M_MC_Frehe_Zom-2-2-1863-27-9-1948-q75s0.jpg
Joh. Frehe-Zom
met dochter Anky Korte-Frehe en Mieke KorteFOTOs/fotoblad-27-OmaFreheZon-AnkyKorteFrehe-MiekeKorte-q75s0.jpg
Kinderen
Frehe-Zom (met Kinderjuffrouw en hulpje Lutje): vlnr Petronella/Nel
(oudste), Bien, Nies, Herman, Anky ontbreekt op deze fotoFOTOs/fotoblad-2-Kinderen-Frehe_Zom-Zie-Descriptie-q75s0.jpg
Nel met Bernard
en Johan (circa 1916/1917)FOTOs/fotoblad-11-Nel+2kids-q75s0.jpg
Bernard en
JohanFOTOs/fotoblad-11-Johan_bernard-q75s0.jpg
Nel, Bernard,
Anneke, Johan, Eit (circa 1923)FOTOs/fotoblad-06-Eit-Nel-3kids-q75s0.jpg
(circa
1923)FOTOs/fotoblad-18-de-foto-q75s0.jpg Het
handgeschreven bijschrift (van een onbekende schrijver) van deze foto
is: “Klasse … Haagschse Radio school ontvangt les in het opnemen van
Berichten. Aan het verzendtoestel de directeur der school de heer
Fokkinga.” Eit was referendaris der Posterijen (de toenmalige PTT).
Hij was dus een hoge ambtenaar bij de post-, telegrafie- en
telefoniedienst in Den Haag, en het is het zeer aannemelijk dat hij
instructies of examens afnam in het opnemen van morseberichten.
Uit Haagsche
Courant 4-7-1927FOTOs/HaagscheRadioschool1927.jpg
Eit is met z’n gezin (echtgenote Nel en kinderen Johan, Bernard, Anneke) naar Delft verhuisd in 1925.
1932 Johan
Anneke BernardFOTOs/1932-10-00-Johan-Bernard-Anneke-q75s0.jpg
Julianalaan (4?)
te Delft, datum foto onbekendFOTOs/fotoblad-21-Julianalaan-Delft-q75s0.jpg
22-10-1937,
tijdens het Zilveren huwelijksfeestFOTOs/fotoblad-22-ZilvBruiloft-22-10-1937-q75s0.jpg
Anneke Fokkinga
(foto dd circa 1938–1940)FOTOs/fotoblad-26-AnnekeFokkinga-q75s0.jpg
Huwelijk Johan x
Ine 15-9-1938FOTOs/fotoblad-22-Johan-x-Ine-15-9-1938-q75s0.jpg
15-9-1938; Nel,
ouders Nel, EitFOTOs/fotoblad-22-li-NelFrehe-re-Eit-15-9-1938-q75s0.jpg
FOTOs/fotoblad-11-Eit-als-militair-q75s0.jpg
Eit met twee
schoonzussen Mies en Bien Frehe (niet lang na 1912)FOTOs/EitF-met2schoonzussen-Mies-en-Bien-Frehe-q75s0.jpg
Eit
ingekwartierd in Breda, EersteWereldoorlog (1914–1918)FOTOs/1914-1918-ong-EitFokkinga-ingekwartierdInBreda-WOI-q75s0.jpg
Eit staat
rechts, militaire dienst, circa 1914–1918FOTOs/1914-1918-ong-EitFokkinga-staandeRechts-MilDienst-q75s0.jpg
Eit rechts,
circa Eerste WereldoorlogFOTOs/rechts-EitFokkinga-q75s0.jpg
Eit, circa
1939FOTOs/1930-1940-EitFokkinga-q75s0.jpg
Deze foto is hoogstwaarschijnlijk genomen tijdens de Mobilisatieperiode,
vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland, in de
periode augustus 1939 – mei 1940.
De details op de foto vertellen het verhaal:
Eit, rechts, draagt het klassieke Nederlandse officiersuniform van
destijds: de jas heeft een opstaande kraag met daarop de
rangonderscheidingstekens (de sterren/stippen). Hij draagt een
sam-browneriem (de lederen schouderriem diagonaal over de borst), wat
destijds exclusief was voorbehouden aan officieren. Op zijn hoofd staat
de herkenbare Nederlandse veldmuts (het ‘schuitje’).
De man (korporaal of soldaat) links staat in het typische
manschappenuniform met de kenmerkende lederen beenstukken (puttings of
lederen kappen over de schoenen) en houdt een robuuste militaire
dienstfiets vast. Het Nederlandse leger maakte destijds op zeer grote
schaal gebruik van ‘wielrijders’-regimenten.
Gezien de leeftijd van Eit en zijn achtergrond in de radiotelegrafie,
werd hij tijdens de algehele mobilisatie in augustus 1939 zeer
waarschijnlijk opgeroepen als reserve-officier. Mannen met
radio-expertise waren cruciaal voor de Verbindingsdienst van het
leger.
Nel Frehe,
*30-1-1886 +17-1-1940FOTOs/fotoblad-20-NelFrehe-q75s0.jpg
Nel
Fokkinga-Frehe, +17-1-1940FOTOs/fotoblad-23-ori-1-NEL-opgebaard-q75s0.jpg
Nel
Fokkinga-Frehe, +17-1-1940FOTOs/fotoblad-23-ori-2-Nel-opgebaard-q75s0.jpg
Graf Petronelle
(Nel) Fokkinga-FreheFOTOs/fotoblad-24-Graf-NelFokkinga-Frehe-b-q75s0.jpg
Graf Petronelle
(Nel) Fokkinga-FreheFOTOs/fotoblad-24-Graf-NelFokkinga-Frehe-q75s0.jpg
Begraafplaats Jaffa te DElft, graf kl 2, nr 175 (of is kl 2 nr 175 van
Eit?)
Suze van
Hellemondt en Eit FokkingaFOTOs/fotoblad-28-Suze-en-Eit-q75s0.jpg
SuzeFOTOs/fotoblad-26-SuzeVanHellemondt-q75s0.jpg
Suze’s moeder,
31-3-1945FOTOs/fotoblad-26-Moeder-van-SuzeVanHellemondt-q75s0.jpg
Eit,
NijmegenFOTOs/EitFokkinga-Nijmegen-q75s0.jpg
Eit en Suze,
Nijmegen (in 1945–1951)FOTOs/Eit-Suze-NijmegenOfEindh-q75s0.jpg
Nog wat pasfoto’s van Eit
FOTOs/fotoblad-31-Eit2-q75s0.jpg
FOTOs/fotoblad-31-Eit3-q75s0.jpg
FOTOs/fotoblad-26-Eit-q75s0.jpg
FOTOs/fotoblad-12-pasfoto-EIT-q75s0.jpg
FOTOs/EitFokkinga-oud1-OudeDelft60-q75s0.jpg
BernardFOTOs/fotoblad-28-Bernard-q75s0.jpg
Betty van
StokkumFOTOs/fotoblad-28-Betty-q75s0.jpg
Betty en
Bernard, eerste foto samen (door Alfons) 1944FOTOs/fotoblad-12-Betty-x-Bernard-1steFotoSamen-doorOudoomAlfons-q75s0.jpg
juli 1944, Betty
en BernardFOTOs/fotoblad-29Bernard-Betty-juli-1944-q75s0.jpg
7 april 1945
(Huwelijk B x B), Anneke, Suze, Bernard, Betty, EitFOTOs/fotoblad-29-1945-4-7-B+B+A+S+E-q75s0.jpg
Tijdens de
bevrijding van het Zuiden, tijdelijk (sept 1944 – half 1945)
directeur-generaal der P.T.T. te EindhovenFOTOs/fotoblad-30-DirGeneraalPTT-Eindh-tijdensBevrijdingZuidNL-q75s0.jpg
1945 – Afscheid
Eit Fokkinga als dir. van de P.T.T, te Nijmegen (nu naar
R’dam)FOTOs/img090a.jpg
juni 1946 –
Fokkinga in zijn functie van directeur van het PTT-district Rotterdam,
toen hij bij zijn jubileum werd onderscheiden met de Orde van de
Nederlandse Leeuw.FOTOs/fotoblad-27-Eit-achter-bureau-q75s0.jpg
1 okt 1946, Eit
ridder in de Orde van de Nederlandse LeeuwFOTOs/fotoblad-30-1-okt-1946-Ridder-in-Orde-NL-Leeuw-q75s0.jpg
Afscheidstoespraak te RotterdamFOTOs/fotoblad-31-Eit5-afscheid-Rdam-q75s0.jpg
Foto genomen in
of vlak 1948FOTOs/fotoblad-32-Eit-OlympSpelen1928-wellicht-q75s0.jpg
Aantekeningen
van Bernard voor een voordracht (bij de Rotary), het deel over zijn
vader EitFOTOs/fotoblad-32-personalia-EIT-q75s0.jpg
De vrees van den N. W. B.- afgevaardigde.
Een deel
uitvergrootFOTOs/1926-08-10-EitFokkinga-Incident-Moeskops-artikelkaal-cropped.jpg
De Telegraaf en
Nieuws van den Dag, Maandag 16 Augustus 1926FOTOs/1926-08-10-EitFokkinga-Incident-Moeskops-q15s0.jpg
UITEENZETTING VAN DEN HEER HOOMBERG (Leeuwarder Courant).
AMSTERDAM, 15 Aug. De heer B. Hoomberg, bestuurslid van den Ned. Wielerbond, die dezen bond tijdens de wereldkampioenschappen te Milaan en Turijn vertegenwoordigde, verzocht ons, naar aanleiding van het incident-Moeskops te Milaan, plaatsing van het volgende:
Dit incident heeft verdragende gevolgen gehad in de pers, zooals ik heb kunnen constateeren dezer dagen. Toen Moeskops zijn bekend rondschrijven in de pers deed plaatsen, had ik, als de persoon mèt Moeskops, die ’t best over ’t geval kon oordeelen, waarschijnlijk beter gedaan onmiddellijk hierop te reageeren. Ik heb dit niet gedaan, omdat ik mijnerzijds meende, dat nà de excuses van Moeskops voor mij persoonlijk (let wel persoonlijk) de zaak was afgeloopen. Wel had ik ’t flinker gevonden van Moeskops, om niet te trachten door een tendentieus communiqué de waarheid te verdoezelen. In de laatste dagen echter neemt de campagne van den correspondent van de “N. R. Ct.”, tevens hoofdredacteur van “Sport-Echo” (off. orgaan N.W.B.) zulke fel persoonlijke vormen aan tegen den heer Fokkinga, dat ik mij genoopt gevoel de zaak recht te zetten.
De heer F. heeft in zeer sobere termen het incident Moeskops overgeseind, dit bleek mij toen ik thuis kwam en De Telegraaf er over nalas. Ziehier hoe de zaak zich naar waarheid heeft toegedragen.
Alvorens de wedstrijden om het wereldkampioenschap op de Milaneesche baan Zaterdagmiddag 24 Juli jl. te doen aanvangen, stelde men alle deelnemers “en file” op in groepen van elke nationaliteit. Zoo reed Spears voorop, daarachter volgde, naar ik meen, de groep Franschen, en daar sloot de groep Hollanders zich op aan. De Italiaan, die de vlaggetjes uitdeelde, had onze driekleur aan Moeskops gegeven, een onzer bondsbestuurderen (de heer F.) verzocht deze over te geven aan Gerard Leene, als zijnde onze nationale kampioen, die de leiding in de groep moest nemen. Moeskops heeft toen aan onzen voorzitter, den heer Kolfschoten, diens stokje gevraagd en deze heeft hem dit gegeven, zonder te weten, waarvoor het dienen moest. Daaraan verbond Moeskops een vuilen badhanddoek (met een groot gat er in) en reed hiermede achter Leene aan. ’t Is dus een verzinsel om te spreken dat Moeskops uit eigen beweging de Nederlandsche vlag aan Leene gaf en een schoonen halsdoek als vredesvlag gebruikte. Nu moet men weten, dat in Italië ’t alevel iets anders toegaat dan hier. Behalve de gebruikelijke marechaussee en politie, die men ook hier voor de handhaving der orde heeft, waren alléén op het middenterrein zeer zeker minstens een 50 gewapende fascisten: jongelui van circa 20 jaar, die erg zenuwachtig deden. De hierboven omschreven voorstellingsronde werd gedaan onder de juichende tonen van het Italiaansche volkslied. Toen ik zag hoe Moeskops een viezen handdoek ostentatief als vlag gebruikte tusschen die vlaggen der onderscheidene landen, moest ik wel vreezen, dat de Italianen, en zéér zeker de gewapende fascisten, die tegen ons, vreemdelingen, toch al zéér lastig waren (vraag het maar eens aan voorzitter, den heer Kolfschoten), hierin terecht een daad zouden zien om de vertooning belachelijk te maken en zou hiervan een zéér pijnlijk incident (voor Moeskops wellicht zéér onaangenaam incident) het gevolg zijn.
Niemand op de baan zou uit deze handelwijze van Moeskops hebben kunnen opmaken, dat het doel daarvan was te kennen te geven, dat hij de witte vlag heesch, als zijnde niet in staat om te rijden. Daarom achtte ik mijn plicht en als wedstrijdcommissaris der U.C.I., maar ook als gedelegeerde van Nederland, om de “grap” te doen eindigen. Ik ging naar Moeskops, dien ik in de bocht te pakken kreeg en verzocht hem dien vuilen handdoek weg te doen. Zijn antwoord was een zoover mogelijk uitstrekken van die “vlag” naar de bochtzijde: hij wenschte niet aan mijn verzoek te voldoen. Toen heb ik hem naar me toegetrokken bij fiets en stuur, zoodat Moeskops wel moest stoppen, hetgeen mijn bedoeling was. Hij liet de fiets vallen en stond daardoor, doordien zijn voeten natuurlijk niet vastgesjord waren, direct op den grond zonder te vallen. Dit verwachtte ik natuurlijk ook: want zéér zeker was het mijn bedoeling niet dat Moeskops zou vallen en daardoor zijn wonden zou openrijten. Dit is dan ook niet geschied, en ’t is een leugen van Moeskops te willen beweren, dat hij gevallen is, zijn wonden open gingen en dat daardoor zijn woede opgewekt werd. Dit is een verzinsel om stemming te verwekken! Maar ik heb gelukkig getuigen, die ten allen tijde kunnen verklaren, dat Moeskops niet gevallen is doch eenvoudig op den grond is gestapt van de pedalen.
Zoodra Moeskops zijne handen vrij had van stuur en “vlag”, haalde hij in bokshouding de rechtervuist uit, mikkende op mijn gezicht. Gelukkig kon ik mij vliegensvlug iets omdraaien zoodat ik dien geweldigen vuistslag in mijn zijde opving, waar ik nu, na drie weken, ’t nog voelen kan. Op hetzelfde moment sprong Mazairac, die alles gezien had, op Moeskops toe en hield dezen tegen. Gaarne breng ik op deze plaats hulde aan den kloeken Zoomenaar. Met hevige pijn in de zijde ben ik toen naar de jurytent gegaan.
Den volgenden dag toen tot Moeskops doorgedrongen was, dat zijn wangedrag gevolgen zou hebben, door bestraffing van de zijde van mijn 2 collega’s medewedstrijdcommisarissen der U.C.I., toen pas bood Moeskops mij excuses aan. Ik heb gemeend deze te moeten aannemen omdat de schorsing zeker een maanden had geduurd en ik niet wilde dat een beroepsrenner dezen langen tijd zonder verdienste zou komen. Of ik hieraan goed deed? Er zijn velen die ’t betwijfelen. Later heeft Moeskops de excuses schriftelijk herhaald en ook uit dien brief aan mij blijkt zonneklaar dat zijne handelwijze niet voortkwam uit ’t vallen op zijne wonden. Dit verzinsel staat inderdaad niet in zijn brief; dat eert hem. Des te meer jammer dat hij zich liet vinden om een perscommuniqué te teekenen dat uit verzinsels bestond. ’t Door mij hierboven breedvoerig omschreven incident is door den heer Fokkinga naar De Telegraaf overgeseind. Deed hij daarmede iets verkeerds? Ja zeggen sommigen, want het schaadde de wielersport. Naar mijne meening echter gaat de heer F. vrij uit, hij seinde wat hij moest seinen zonder aanzien des persoons en ’t schaden der wielersport komt niet voort uit ’t publiceeren van een misdraging, doch uit het begaan er van. Dat het dus alléén in De Telegraaf stond, bewijst alleen dat deze correspondent de zaak vollediger en meer objectief dan anderen heeft gepubliceerd. Zoo’n bagatel was het anders toch werkelijk niet! Dat bewijst trouwens de aandacht die de buitenlandsche pers wel degelijk aan het geval schonk. Direct rapporteerde de “Radwelt” het incident, terwijl ook “Echo des Sports” (België) en “Sport” (Frankrijk) het geval bespraken. De internationale pers vond ’t dus wel de moeite waard. Dat sommige personenorganen er van maakten als zou Moeskops eene of andere revolutionaire daad hebben willen toonen, dat is toch zeker de schuld niet van Uwen correspondent. Al die fantasieën kunnen gevoeglijk buiten beschouwing blijven. Met den heer Fokkinga ben ik van meening dat noch Moeskops, noch zijne familie dergelijke revolutionnaire ideeën huldigt. Zooals gezegd ik zou zeker niet op de zaak teruggekomen zijn ware ’t niet dat de fèl persoonlijke aanval op den heer Fokkinga mij ware toe- eindelijk wel verplicht heeft de toedracht te publiceeren, waardoor diens houding in deze ten volle is gerehabiliteerd”.
Eervol
ontslagFOTOs/IMG_2140-q15s0.jpg
9 Juli 1945
DE MINISTER VAN BINNENLANDSCHE ZAKEN
Gelet op het Organiek Besluit P.T.T. 1928 (K.B. van 11 Maart 1929,
Stbl.nr.74, zooals dit sindsdien is gewijzigd);
Gelet op het eenig artikel van het Koninklijk Besluit van 23 November
1944 nr.2;
Overwegende, dat de omstandigheden het treffen van een tijdelijke
voorziening ten aanzien van het beheer van het Staatsbedrijf de P.T.T.,
als bedoeld in zijn beschikking van 30 April 1945, nr.2888, Kab.E
VIII/5, niet langer noodzakelijk maken;
ontheft den Referendaris der P.T.T. E.Fokkinga met ingang van 1 Augustus
1945 eervol van de functie van plaatsvervangend Directeur-Generaal der
P.T.T.
’s Gravenhage, 9 Juli 1945.
Overeenkomstig de geparafeerde minuut.
DE WND.SECRETARIS-GENERAAL VAN
HET MINISTERIE VAN BINNENLANDSCHE ZAKEN, (handtekening} —
28 Juli 1945
Voorlopige
waarneming R’damFOTOs/IMG_2142-q15s0.jpg
Hierbij deel ik u mede, dat U, in afwachting van Uw benoeming tot inspecteur in algemeenen dienst en aanwijzing als Directeur van het Postkantoor te
voorloopig ingaande 1 Augustus a.s. wordt belast met de waarneming van het beheer van genoemd kantoor.
De Directeur-Generaal.
(handtekening)
certificaatFOTOs/781964940.319594-q15s0.jpg
Certificaat:
1 October 1946
Aan Eit Fokkinga, inpecteur in algemeenen dienst der P.T.T./directeur
te Rotterdam, Postkantoor, als blijk van groote erkentelijkheid en
waardering voor den togewijden arbeid, dien hij met trouwe
plichtsbetrachting gedurende – 40 – jaren in openbaren dienst aan de
gemeenschap heeft geschonken,
namens het Staatsbedrijf
de Directeur-generaal
(handtekening)
’s-Gravenhage den 1en October 1946
brief:
PERSOONLIJK.
Gaarne bied ik U mijn gelukwenschen aan bij de herdenking van Uw 40-jarig dienstverband bij het Staatsbedrijf de Posterijen, telegrafie en telefonie. Speciaal denk ik hierbij aan de uitsekende wijze, waarop U Uw taak als plaatsvervangend Directeur-Generaal van de Poserijen, Telegrafie en Telefonie onder moeilijke omstandigheden in het zuiden des lands hebt vervukd.
De Minister-President,
(handtekening)
FOTOs/1946-10-01-krant-huldiging-40jr-q15s0.jpg
Huldiging E. Fokkinga
Zaterdagmiddag hebben het personeel van het postkantoor en vele P.T.T.-autoriteiten uit den lande den directeur van het postkantoor, den heer E. Fokkinga op overtuigende wijze gehuldigd met zijn veertig-jarig ambtsjubileum, Tot dit doel was de hal van het postkantoor feestelijk met palmen versierd. Om 3 uur begon de receptie, waarbij als eerste spreker het woord voerde de heer F. van Houwelingen, wnd. directeur-generaal der P.T.T. Spr. memoreerde de succesvolle loopbaan van den heer Fokkinga en wees o.a. op het feit dat de jubilaris, toen het Zui- den werd bevrijd, wnd. directeur- generaal van de bevrijde gebieden werd. In totaal traden 20 sprekers op, van wie wij noemen de heren M. J. Schouten, adj.-dir. te Rotter- dam; L. J. van Doorn, namens de Kamer van Koophandel; C. Smits, directeur Telegraafkantoor; B. C. Haquébard, wnd. hoofd telefoon- district Rotterdam. De heer Schouten bood den jubilaris het ere-teken aan, behorende bij de Koninklijke onderscheiding, die den heer Fokkinga verleden maand ten deel viel en een bedrag onder couvert. Bij zijn dankwoord schonk de heer Fokkinga dit bedrag aan de bedrijfszuster Th. Kunst, ter bestrijding van de moeilijkheden in diverse P.T.T.-gezinnen.
FOTOs/1946-10-04-krantenkop-q15s0.jpg
Wielerkampioen
Fokkinga anno 1906FOTOs/1946-10-04-EitFokkinga-in-de-krant-q15s0.jpg
Groningen 1903. Op een verplaatsbaar wielerbaantje oefent een 16jarige stevige knaap. Sprinter is hij, beroepssprinter zelfs, maar tevens H.B.S. scholier en een goede leerling. Fokkinga heet deze Jongeman. Twee jaar later zal hij sprintkampioen van Nederland worden en 42 jaar later zal hij in het grote grijze gebouw aan de Rotterdamse Coolsingel zetelen. Dan is hij geen sprinter meer maar directeur van Rotterdamse Postkantoor.
Dat is in het kort de carrière van den heer E. Fokkinga. Fries van geboorte die R’dam leerde kennen en liefhebben en 1 Oct. j.l. 40 jaar ambtenaar bij de P.T.T. was. A.s. Zaterdag zal de jubilaris in het Postkantoor worden gehuldigd. Wij brachten den grijzen directeur een bezoek en uit ons gesprek kwam. dadelijk reeds datgene naar voren, wat wij helaas bij de huidige sportgeneratie zo vaak missen: een sportcarrière die er mag zijn, doch daarnaast en bovenal, een man die zijn weg het leven vond, die bewees dat een goed sportsman niet altijd maatschappelijke nul behoeft te zijn.
1 October 1906 trad de heer E. Fokkinga in dienst bij de P.T.T. Tot 1914 was hij in Rotterdam als commies werkzaam tot de mobilisatie in 1914, toen de heer Fokkinga zijn plichten als reserve-officier der genie moest vervullen. Na de eerste wereldoorlog verschillende functies, o.a. te Delft en Den Haag, waarna de heer Fokkinga in 1933 tot hoofdinspecteur van de Posterijen bij het hoofdbestuur in Den Haag werd aangesteld, waarbij een onderzoek naar de meest economische werkwijze bij deze dienst zijn voornaamste taak was. In 1938 keerde de heer Fokkinga naar Rotterdam terug als adjunct-directeur van het Postkantoor. Ook deze keer werd de Rotterdamse periode weer onderbroken, want bij de mobilisatie in 1939 was de heer Fokkinga als reserve-kapitein present. In de oorlogsdagen van Mei vocht de adjunct-directeur tegen parachutisten bij Ypenburg en in Juni nam hij weer zijn intrek in het gebouw aan de Coolsingel. In September naar Nijmegen overgeplaatst als directeur van het Postkantoor aldaar, behoorde de heer Fokkinga tot de gelukkigen die eerder dan de inwoners van Westelijk Nederland werden bevrijd. Na de bevrijding van het Zuiden, in October 1944, werd de heer Fokkinga benoemd tot plaatsvervangend directeur-generaal van de P.T.T. De algehele bevrijding kwam en het Rotterdamse Postkantoor zag met de wederverschijning van den heer Fokkinga zijn nieuwen directeur.
Op de fiets
Dat is de maatschappelijke carrière van den jubilaris en dan komt het gesprek op een ander chapiter. De thans bijna 60-jarige oud-wielrenner glimlacht. De sportsman komt naar boven. Hij vertelt, hoe de 16-jarige H.B.S.-er kermiskoersen in het Noorden won, in met zijn eerste racefiets kampioen van het Noorden werd en dat alles voor geldprijzen, een gewoonte in Friesland, zoals ook de schaatsenrijders voor geldprijzen rijden, een sport, waarin ook de heer Fokkinga zijn sporen heeft verdiend. Nooit, en laat dit een voorbeeld zijn voor huidige jonge sportgeneratie, heeft de studie onder de sport geleden. De examens gingen vóór en daarnaast gaf het grote voldoening als de H.B.S. leerling met zijn racefiets drie rijksdaalders op de Groningse kermis in de wacht slepen. In 1906 begint de victorie: kampioen van Nederland voor beroepsrenners vóór Jan van Gent. In 1908 tweede achter Guus Schilling. Dan komt er gelegenheid tot trainen op het baantje op Essenburg. Weer een kampioensjaar, nu met Jan Tulleken als tweede. Het buitenland dient zich Brussel, Keulen, Parijs. In Brussel bij de opening van de nieuwe wielerbaan wil Fokkinga starten, vraagt 200 Francs, geen antwoord; dan voor 100 Francs, geen woord; voor 50 Francs wil de beroepsrenner Fokkinga dan rijden, stilzwijgen. Fokkinga schrijft: “Ik rijd voor niets”.
Dat is sport. Daartussendoor Dat is examens voor de P.T.T. Dat werken. In 1909 nogmaals Nederlands kampioen. Dan eist het werk de gehele persoonlijkheid van den heer Fokkinga. In 1924 is hij nog chef d’équipe van de Hollandse ploeg. Wielerpolitiek is óók politiek en na enige jaren trekt hij zich terug uit de wielerwereld.
Dat is een carrière, niet slechts een carrière op een race-fiets, ook een succesvolle loopbaan maatschappij.
Hare Majesteit de Koningin heeft den heer Fokkinga verleden maand onderscheiden en hem benoemd tot Ridder in de Orde van den Nederlandsen Leeuw. Morgen zal zijn personeel hem huldigen, den man die bewees, dat sport en arbeid samengaan.
Aan de ernstige ziekte, waaraan hij reeds geruime tijd leed, is vannacht overleden de heer E. Fokkinga, in leven directeur van het Postkantoor te Rotterdam. De heer Fokkinga, die op 28 Januari 1887 te Augustinusga in Friesland was geboren, trad in 1906 in dienst van de P.T.T. Na verschillende rangen te hebben doorlopen werd hij op 1 Maart 1939 aangesteld als adjunct-directeur van het Postkantoor te Rotterdam. Drie en een half jaar later werd hij benoemd tot directeur van het post- en telegraafbedrijf te Nijmegen. Met de bevrijding van dee stad belastte het Miltair Gezag hem met de leiding van de gehele P.T.T.-dienst in Zuid-Nederland. Op 1 Augustus 1945 werd hij tot de verantwoordelijke taak van directeur van het Rotterdamse postkantoor geroepen.
Gedurende de jaren, dat hij deze functie heeft vervuld, heeft hij zich als een uitstekend organisator doen kennen. Hij stond, waar dit maar enigszins mogelijk was steeds voor de Rotterdamse belangen op de bres waarbij hij nimmer het belang van de dienst uit het oog verloor. Zijn personeel heeft hem steeds als een objectief denkend mens leren kennen.
In Februari a.s. zou hij de dienst hebben verlaten met het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Een tragische bijzonderheid in dat er reeds voorbereidingen waren getroffen om de heer Fokkinga bij zijn afscheid ter huldigen.
De verdiensten van de heer Fokkinga zijn in 1946 erkend door zijn benoeming tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.
Rotterdams
Parool, 2 October 1951FOTOs/IMG_2144-q15s0.jpg
In de heer E. Fokkinga, in leven directeur van de P.T.T. te Rotterdam die Maandag in de leeftijd van 64 jaar is overleden, verliest het postbedrijf een zijner markantste figuren, een geboren leider en een groot organisator.
De heer E. Fokkinga werd op 28 Jan. 1887 geboren in het dorpje Augustinusga in Friesland. In 1906 kwam hij bij het postbedrijf, waarbij hij diverse rangen heeft doorlopen. Tot adjunct-directeur van liet postkantoor te Rotterdam werd hij 1 Maart 1939 benoemd. Op 1 September ’42 wisselde hij zijn functie met die van directeur van het postkantoor te Nijmegen. de bevrijding van deze stad werd hij door het M.G. belast met de leiding van de P.T.T. voor het Zuidelijk gedeelte van Nederland, een taak, welke hij vervulde tot de algehele bevrijding van ons land. Op 1 Augustus ’45 werd hij geroepen voor de belangrijke post van directeur van het postkantoor te Rotterdam. Deze functie heeft hij tot zijn verscheiden op een zodanige wijze vervuld, dat het personeel hem op handen droeg. Zijn beslissingen getuigden steeds van objectiviteit en warm medegevoelen. In 1946 werd hij benoemd tot ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.
Tragisch is het te bedenken, dat voor de viering van het afscheid van zijn ambt, welk afscheid op 1 Februari 1952 zou plaatsvinden, reeds plannen waren gemaakt. Dit heeft hij niet meer mogen beleven. Een ernstige ziekte maakte onverwachts een einde aan zijn leven.
5 October
1951FOTOs/IMG_2145-q15s0.jpg
Gistermiddag is op de Algemene Begraafplaats Jaffa te Delft het stoffelijk overschot ten grave gedragen van de heer E. Fokkinga, in leven directeur van het postkantoor te Rotterdam. Die maandag kort voor het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, na een langdurig lijden overleed. Op de begraafplaats waren P.T.T.-ers van hoog tot laag in grote getale samengekomen om de laatste eer te bewijzen aan hem, die door de heer L. Neher, directeur-generaal de P.T.T. werd beschreven als “een stoere Fries met een Zuidelijk temperament en een grote volharding, die elke plaats in zijn eervolle carrière waardig heeft ingenomen”, aldus de heer Neher.
Na hem voerden het woord de waarnemend directeur, de heer L. Th. Hoolboom, de directeur van het telefoniedistrict Rotterdam, de heer Meyer Drees, een vertegenwoordiger van de Unie van Overheidspersoneel. Bewogen memoreerde de heer H. Schouten, voormalig adjunct-directeur, de vriendschap die hij van de overledene mocht ondervinden en namens zijn collega sprak postchauffeur:”U was voor ons een hge vriend. Wij zullen u altijd in onze gedachten hooghouden en ook in onze gezinnen zal de herinnering aan u voortleven”.
Temidden van de kinderen van de overledene volgde daarna de weduwe de baar, die door tien postchauffeurs naar de groeve werd gedragen. De Rotterdamse Postharmonie liep in stoet met omfloerst vaandel, daarachter schaarden zich directeuren van postkantoren, bijna alle afdelingsinspecteurs, sociale werkster en verpleegsters en mannen in de bekende P.T.T.-uniform. Zwijgend brachten zij de hulde, die zij hun directeur zo gaarne in een geheel andere sfeer hadden willen brengen aks hij zijn 65ste verjaardag had mogen bereiken.
P.T.T.-blad,
October 1951FOTOs/IMG_2147-q15s0.jpg
In de directeurskamer van het postkantoor in de grote koopmansstad aan de Maas, hangt een wandspreuk in de Friese taal, waarvan de vertaling luidt: “Doe je plicht en laat de mensen roddelen”.
Deze woorden zijn kenmerkend voor het karakter van de markante figuur van de directeur Fokkinga, die zo kort voor het bereiken van de 65-jarige leeftijd aan het bedrijf is ontvallen.
Fokkinga was een sportsman, een sterke persoonlijkheid, iemand, die eerlijk en ronduit voor zijn mening uitkwam, bruisend van energie en met nimmer verflauwende belangstelling voor de dienst.
Geboren in 1887 trad hij in 1906 als surnumerair in dienst. Na het afleggen van de vereiste examens voor de hogere rangen was hij jarenlang in verschillende functies werkzaam zowel in de kantoordienst als op de inspectie en het Hoofdbestuur. Zijn grote verdiensten liggen ongetwijfeld op organisatorisch gebied. Dit is wel zeer duidelijk gebleken toen hij na de bevrijding van het Zuiden van ons land op 5 October 1944 werd aangewezen als plaatsvervangend directeur-generaal voor de bevrijde gebieden. In Eindhoven,
waar het tijdelijke hoofdbestuur werd gevestigd, rustte op Fokkinga de zware taak om de ontredderde, onder de Duitse bezetting lamgeslagen PTT-diensten weer op te bouwen. Door zijn organisatietalent, gepaard gaande met grote kennis van de dienst en een langdurige ervaring is het hem gelukt ondanks de weinige en gebrekkige middelen, die hem ten dienste stonden, het doel te bereiken. Hij heeft zich hiermede zeer verdienstelijk gemaakt. Dat dit door de Regering is erkend blijkt wel uit zijn benoeming tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw in 1946. Het lag geheel in de lijn der ontwikkeling, dat deze figuur was bestemd om ook na de bevrijding een der hoogste functies bij het PTT-bedrijf te blijven vervullen. Zo werd hij dan met ingang van l Augustus 1945 benoemd tot directeur van het Rotterdamse postkantoor, een taak die hem zeker niet vreemd was, omdat hij reeds vroeger, in de jaren 1939-1942 als adjunct-directeur in Rotterdam had gediend.
Meer dan zes jaar heeft hij met vaste hand het beleid als directeur gevoerd. Hij kende zijn kantoor tot in details en ook zeer velen van het talrijke personeel. Gemakkelijk is zijn taak zeker niet geweest. In de zo zwaar getroffen Maasstad, waarvan het centrum grotendeels door het oorlogsgebeuren was verwoest, waren dientengevolge verhoudingen en verschuivingen ontstaan, die aan de uitvoering van de postdienst zeer zware eisen stelden.
De directeur heeft zich doen kennen als een man uit één stuk, die wist wat hij wilde en met vaste hand aanstuurde op het doel dat hem voor ogen stond. Naast de belangen van de dienst en van het publiek had hij ook een open oog voor het belang van het personeel.
De laatste maanden zijn moeilijk voor hem geweest. Sterke robuste figuur die hij was, viel het hem bijna onmogelijk te scheiden van het werk dat hem zo lief was. Een slepende ziekte ondermijnde meer en meer zijn gestel en vele vrienden zagen met zorg de toekomst tegemoet.
Thans is er dan een einde gekomen aan het leven van een harde eerlijke werker; de herinnering aan zijn persoonlijkheid zal ook bij degenen die het misschien niet altijd met zijn zienswijze eens waren, in eerbied worden bewaard. Zonder enig voorbehoud kan hier worden getuigd: gij hebt in een lange reeks van jaren op een wijze die velen tot voorbeeld kan strekken, in hoge plichtsbetrachting Uw taak op eminente wijze vervuld.
Door: Joop Atsma (Friesch Dablad, 4 februari 1984)
Eit Fokkinga (Augustinusga) verdween na val van het wielertoneel
Tekst van de krantenartikelen onder de foto’s daarvan:
Friesch Dagblad, 4 februari 1984FOTOs/krantartikel-3-en-4.jpg
Friesch Dagblad,
4 februari 1984FOTOs/krantartikel-6-en-7-cropped.jpg
In zijn beste dagen versloeg hij erkende ‘kleppers’ als Guus Schilling en Jan Tulleken. Later werden wereldtoppers als Piet Moeskops en Gerrit Leene door hem begeleid. Als professional greep hij enkele malen het kampioenschap van Nederland en zelfs in het buitenland was hij een gevreesd tegenstander. Toch heeft bijna niemand gehoord van de uit Augustinusga afkomstige wielrenner Eit Fokkinga. Opmerkelijk, vooral omdat hij na de legendarische Marten Kingma ervoor zorgde dat opnieuw het nodige eremetaal naar Friesland ging.
De in Rotterdam woonachtige Bernardus Fokkinga, zoon van de vroegere professional, is nog steeds in het bezit van een aantal medailles die herinneren aan de glorietijd van vader Eit. Na zijn actieve wielercarrière was Fokkinga bovendien actief als bondsbestuurder. Een meeslepende rel met onder meer de bekende journalist Joris van den Bergh deed Fokkinga in de twintiger jaren van het toneel verdwijnen. Tegelijkertijd explodeerde de toenmalige Nederlandsche Wieler Bond en dat is waarschijnlijk de reden dat de prestaties van de Friese topcoureur in het vergeetboek zijn geraakt.
Eit Fokkinga
temidden van de ‘Fokkinga-ploeg’, de Nederlandse wielerselectie die op
zijn initiatief tot stand kwam en die hij in interlandwedstrijden ook
begeleidde.FOTOs/krantartikel-5.png
Zelfs in zijn geboortedorp Augustinusga weet men amper van Eit Fokkinga. Hoewel hij rond de eeuwwisseling zijn jeugd in Achtkarspelens kerkdorp heeft doorgebracht, herinneren alleen de alleroudsten zich zijn naam. Als zoon van Douwe Ealze Fokkinga en Jeltje Couperus zag Eit op 28 januari 1887 het levenslicht. Hij was een van de negen kinderen van het echtpaar Fokkinga en voor zover bekend de enige die zich voelde aangetrokken tot de tweewieler. Toch raakte hij min of meer toevallig in de wielersport verzeild.
‘Mijn grootvader en -moeder hebben ongeveer vijf jaar in het Groningse Winsum gewoond. Vader moest toen elke dag op de fiets naar school in Groningen. Daardoor heeft hij kennelijk een goede conditie opgebouwd, want op een zeker moment deed hij mee aan enkele wilde wedstrijden. Dat ging prima. Vader won en toen vroeg men hem of hij niet bij de officiële wielerbond wilde rijden’. De wedstrijden die Eit Fokkinga rond 1900 reed, waren zogenaamde kermiskoersen met vliegende start’. Omdat hij na verloop van tijd, na herhaald verzoek, besloot toe te treden tot de wielerbond, was het mogelijk om ook in grotere wedstrijden uit te komen. ‘Vader wilde amateur worden, maar dat mocht niet. In de wilde wedstrijden had hij immers geld gewonnen. Daarom moest hij als beroepsrenner aan wedstrijden deelnemen’. Door die strenge bepaling werd Eit Fokkinga waarschijnlijk een van de jongste beroepsrenners die Nederland ooit heeft gekend. Immers reeds op zestienjarige leeftijd reed hij z’n eerste profwedstrijden! Dat de HBS-scholier het op de wielerbaan bepaald niet slecht deed, blijkt uit zijn uitslagen. Naast ontelbare overwinningen tijdens door-de-weekse wedstrijden greep hij toe driemaal toe een nationaal sprintkampioenschap op de baan. In 1906, 1908 en 1910.
In ‘Wiel aan Wiel’ beschrijft de journalist Piet Maaskant het Friese wielertalent als een ‘topsprinter’. ‘Sprint is het verheven spel van souplesse, van machtige demarrages, van sluipen over de baan en onverhoeds op volle toeren liggen. Van tactisch en technisch meesterschap, toegespitst op tegenwoordigheid van geest en indrukwekkende behendigheid. En ook van een allesovertreffend eindschot waarbij iedere centimeter er één is’. Eit Fokkinga beheerste al die facetten. Vóór alles stelde hij echter z’n maatschappelijke carrière en daardoor heeft hij na zo’n tien jaar z’n racefiets in de wilgen gehangen. Na z’n HBSstudie trad Fokkinga op 1 oktober 1906 in dienst bij de PTT. Tot 1914 was hij werkzaam als commies en na de eerste wereldoorlog bekleedde hij binnen de PTT onder meer in Delft en Den Haag verschillende functies. In 1938 ging hij naar Rotterdam als adjunct-directeur van het postkantoor in die stad. In 1939 werd hij opgeroepen als reserve-kapitein en in de meidagen van ’40 was Fokkinga als zodanig in actie tegen de Duitse parachutisten bij Ypenburg. Na de bevrijding van de zuidelijke Nederlanden werd hij benoemd tot plaatsvervangend directeur-generaal. Toen heel Nederland was bevrijd, werd hij benoemd tot directeur van de PTT in het district Rotterdam. Tot aan z’n pensionering zou hij die functie bekleden. In oktober 1946 werd hij onderscheiden met de Orde van de Nederlandse Leeuw.
Fokkinga in zijn
functie van directeur van het PTT-district Rotterdam, toen hij bij zijn
jubileum in 1946 werd onderscheiden met de Orde van de Nederlandse
Leeuw.FOTOs/fotoblad-27-Eit-achter-bureau-q75s0.jpg
‘Vader is niet rijk geworden van het wielrennen. Hoewel hij officieel beroepsrenner was, heeft de sport hem alleen maar geld gekost’, lacht zoon Bernardus. Tekenend is wat dat betreft het verhaal dat is verbonden aan de opening van de nieuwe wielerbaan in Brussel. Als regerend profkampioen van Nederland vroeg Fokkinga destijds 200 frank startgeld. Er kwam geen antwoord. Vervolgens bood hij aan voor 100 en eventueel zelfs voor 50 frank te komen. Vanuit België werd evenwel negatief gereageerd en tenslotte schreef de sportman Fokkinga: ‘Ik kom voor niets’.
Vóór Jan van Gent behaalde hij in 1906 z’n eerste nationale titel. Twee jaar later won hij de tweede titel door Jan Tulleken achter zich te houden en in 1910 kwam hij voor de derde maal op de bovenste trede van het ereschavot terecht. Dat was tevens z’n laatse grote prestatie. De drukke werkkring bij de PTT, studie en het gezin eisten meer en meer tijd en daardoor werden de uitslagen rond 1911 iets minder. Eit Fokkinga huwde in Rotterdam met Petronella Frehé. Het echtpaar kreeg drie kinderen en er kwamen dertien kleinkinderen.
In de twintiger jaren verscheen Eit Fokkinga binnen de wielerbond opnieuw ten tonele. Ditmaal niet als actief renner, maar als begeleider van de nationale baanselectie, die indertijd vaak interlandwedstrijden reed tegen onder meer Duitse renners. Als chef d’equipe van de Nederlandse wielerploeg heeft hij bovendien enkele grote internationale kampioenschappen van nabij meegemaakt. ‘In die tijd ben ik vaak meegeweest naar de baan’, herinnert dhr. Fokkinga zich. ’Hij stimuleerde het baansietsen. Wat mij van die periode is bijgebleven, is dat die mannen werkelijk keihard waren. In Denemarken bijvoorbeeld, viel Gerrit Leene tijdens een wedstrijd. Een week later ging hij zwemmen in het zoute water van de Oosterschelde. Dan heelden de wonden sneller.
Ongelooflijk was dat’. Ook binnen het bondsbestuur zag men dat Fokkinga een waardevolle kracht was en daarom werd hij benoemd tot secretarispenningmeester. Het wereldkampioenschap dat in 1926 in Italië werd georganiseerd, vormde indirect de aanleiding voor het definitieve afscheid van Eit Fokkinga uit de wielerwereld.
Op de baan van Milaan deed zich het in vele toonaarden beschreven ‘vlagincident’ voor. Meervoudig wereldkampioen Piet Moeskops, koortsig en met een gezwollen been, was de favoriet, maar hij voelde zich allerbelabberdst. Tegen zijn zin moest hij als sterkste Nederlander deelnemen aan het defilé. Joris van den Bergh daarover in ‘Temidden van de Kampioenen’: ‘Moeskops gaat op zijn fiets. Het publiek juicht zijn favoriet toe. Maar dan wil Moeskops de mensen te kennen geven: ’Houdt het niet op mij. Ik ben reeds geslagen. Ik geef mij bij voorbaat al over. Ik capituleer’. En daartoe hijst hij de witte vlag. Hij neemt de handdoek welke hij om de hals had geslagen, en hangt die over het vlaggetje heen’. De officiële afgevaardigde van de wielerbond, B. Hoomberg, accepteerde dat niet. Hij haalde Moeskops van de baan, deze viel en kwam daarbij terecht op z’n geblesseerde been. Moeskops gaf daarop Hoomberg een klap met alle gevolgen van dien.
Eit Fokkinga
(uiterst links) in 1910 tijdens een wedstrijd voor beroepsrenners in
Scheveningen.FOTOs/krantartikel-6-en-7-AanDeStart.png
Fokkinga, secretaris-penningmeester van de bond, was tevens in Milaan als correspondent van De Telegraaf. Hij seinde het voorval door naar Nederland, sprak er schande van en het gevolg was dat de uiteindelijke wereldkampioen ‘met stokslagen’ werd ingehaald. Joris van den Bergh reageerde daarop vervolgens furieus. Niet alleen gaf hij in ‘Sportecho’ en in de ‘Nieuwe Rotterdamsche Courant’ een andere uiteenzetting van het voorval, ook trok hij er daarna met Moeskops op uit. Het resultaat daarvan was tenslotte dat de bond ontplofte en vooral Fokkinga geruisloos van het toneel verdween. Voor het zover kwam, verstreken twee jaren. Daarin liet Van den Bergh geen enkele moeite na om het nationale wieleridool Moeskops van alle blaam te zuiveren.
‘Het bestuurslid dat het telegram (het bericht van Fokkinga aan de Telegraaf - red.) had afgezonden was erg in zijn wiek geschoten door de wijze waarop ik hem ter verantwoording had geroepen en er ontstond een vinnige pennestrijd tussen hem en mij. Wat dat betreft heb ik mijn robbertje lustig meegevochten’, laat Van den Bergh in 1942 weten. Met name voor Moeskops liep het incident uit op een tragedie. ‘Hij was er door geabsorbeerd en offerde er heel veel voor op om zijn ’grande’ te kunnen halen, om zijn tegenpartij in het verlies te brengen. Hij offerde er zijn conditie aan op, en tal van contracten wimpelde hij er voor af. Om zijn groep te versterken trok hij Nederland door. Hij was geheel in beslag genomen door de crisis die in het bondje was ontstaan’.
‘De Telegraaf’ en het ‘Nieuws van de Dag’ waren op de hand van Fokkinga. Zelfs is er een spotprent van een kwart pagina, waarin Fokkinga als winnaar naar voren komt, aan de affaire gewijd. Volgens medebestuurslid Hoomberg is naderhand het incident in Nederland met name door Joris van den Bergh sterk overtrokken. ‘De heer F. heeft in zeer sobere termen het incident Moeskops overgeseind’, schreef hij 16 augustus 1926 in het ‘Nieuws van de Dag’. ’Deed hij daarmeede iets verkeerds? Ja zeggen sommigen, want het schaadde de wielersport. Naar mijne meening echter gaat de heer F. vrijuit, hij seinde wat hij moet seinen zonder aarzelen des persoons en ’t schaden der wielersport komt niet voort uit ’t publiceren van een misdraging, doch uit het begaan ervan”.
FOTOs/krantartikel-6-en-7-Cartoon.png
De spotprent – ter grootte van een kwart pagina – die in De Telegraaf van 15 september 1926 werd gewijd aan het ‘vlagincident’. De tekst eronder luidt: FOKKINGA: “Willen jullie de zaak eerlijk onderzoeken, of wil je schreeuwen?”. DE VERGADERING: “We wille blère tot je weggaat, o zoo!”
Hoe het ook zij, het gevolg was dat begin 1928 de Nederlandsche Wieler Bond ontplofte. ‘Waar Moeskops A en B had gezegd, moest hij doorgaan tot Z toe. Het stuk moest worden afgewerkt. Met woedende vergaderingen, afgewisseld door avonden in de provincie, naderde het oudejaar. 1928. Januari. Het begint nu allerhevigst te criselen, en zie: het bondje gaat dood. Er is nog wat na-herrie, maar dan ontstaat de Nederlandse Wielren Unie’.
‘Ik geloof dat je kunt stellen dat er een coupe tegen vader is gepleegd. Door die ruzie is later zijn naam uitgewist. Zo gaat dat meestal bij dergelijke rellen binnen een bond’, aldus Fokkinga junior. De nu 73-jarige Amsterdamse wielerjournalist Jan Cornelisse herinnert zich de kwestie tussen Fokkinga en al die anderen nog als de dag van gisteren. ’Voor mij staat vast dat Moeskops de Nederlandse vlag nooit echt te schande heeft gemaakt. Hij was een beetje wrang humoristisch. Later is er ergens een vuil spelletje gespeeld. De bond moest en zou kapot. De vergaderingen waren een chaos. Ik beschouw het niet direct als een actie tegen Fokkinga. De bond moest verdwijnen. Daar ging het om. Achteraf kun je zeggen dat het jammer is dat het zo gegaan is. Maar helaas komen dergelijke voorvallen vandaag de dag nog steeds voor.
Het is daarom zeer de vraag of de conclusie van Theo Koomen in het jubileumboek van de Koninklijke Nederlandse Wielren Unie terecht is. Ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan zegt hij namelijk in ‘Een halve eeuw wielersport’ ‘Collega Joris v.d. Bergh heeft, vind ik, onweerlegbaar aangetoond dat een journalist met een warme, bijna innige belangstelling voor ’zijn’ sport soms meer bereikt en van groter nut is dan de koel observerende verslaggever. Zonder de samenwerking tussen de wanhopige Piet Moeskops en de hartstochtelijke voor recht vechtende Joris van den Bergh zou de KNWU niet in 1928 zijn opgericht’. Wie er ook gelijk heeft, en wat er allemaal gebeurd is: een wedstrijd minder is er in elk geval niet gefietst. Zelfs toen niet….
Joop Atsma.