4-8-2000
Het viel Leo en Emile op, dat Vader uitvoerig schreef over zijn voorouders, maar dat er in het Familieboek, dat hij zijn kinderen naliet, niets over zijn ouders geschreven is. Vooral niet over zijn vader, onze Opa Norbert.
Toevoeging door MMF:
- Opa = Norbert Johannes van Stokkum (1856–1933)
- Oma = Elizabeth Johanna Tirion (1851–1925)
hebben vijf kinderen:
- Piet (Petrus J.M) van Stokkum (1881-1964) – zie “Vader” hieronder
- Anna (Joanna) van Stokkom(!!) (1883–1929) x Martien Luyke (1878–1959)
- Marie (Maria) van Stokkum (1886–1968) x Frans Wessels
- Alphonsus van Stokkom(!!) (1980–1904)
- Nel (Cornelia Carolina Maria) van Stokkum (1896–1980) x tweemaal
- Vader = Piet (Petrus J.M) van Stokkum (1881-1964)
- Moeder = Elisabeth Vogels (1886–1968)
- Antoon van Stokkum (1912–2007) x Riet Nijs
- Ria (Maria) van Stokkum (1913–2010)
- etc
- Betty (Elisabeth) van Stokkum (1922–2016) x Bernard Fokkinga
- etc
Ter verduidelijking heb ik, MMF, bij Opa steeds de voornaam Norbert toegevoegd.
De voorouders en zussen/broers van Moeder (= Elisabeth Vogels) staan in de aantekeningen achteraan in dit document.
Opa Norbert 42
jaarFOTOs/Herinneringen-aan-opa-1-foto1.jpg
Ria en ik (Antoon) denken dat Vader de slechte herinneringen die hij aan
z’n vader had, niet op papier wilde zetten. Wij besloten toch om hetgeen
wij over Opa Norbert aan de weet zijn gekomen, op te schrijven. Niet om
Opa Norbert te beschadigen maar om vast te leggen hoe Vader met de
zwakheden van zijn vader omgegaan is, hoe Vader daaronder geleden heeft.
Wij vinden dat “bewonderenswaardig en belangrijk” om onze herinneringen
aan de familieboeken van broers en zussen toe te voegen.
Emile verwoordde het zo: Niet tegenstaande jullie teksten wat Opa Norbert betreft nogal negatief zijn, kan opname in de Familieboeken verantwoord zijn, omdat het toch de bedoeling is om de achtergrond van Vaders jeugd bekend te maken én om te laten zien dat Vader ondanks de problemen met zijn vader (Opa Norbert) toch goed voor hem is geweest en respect voor hem heeft gehad. Dat is heel mooi van Vader.
Vader en Moeder hebben ons zo nu en dan iets over hun belevenissen met Opa Norbert, die wij ons nog goed kunnen herinneren, verteld, en ik (Antoon) heb op 15-jarige leeftijd enkele jaren bij Vaders zus, tante Anna en Martien, in Kijkduin, gewoond. Ook tante Anna vertelde mij veel over haar vader, onze Opa Norbert.
Foto dd
15-1-1896. Vlnr: Alphons 6 jr vroeg overleden, vader 15 jr, tante Rie
10 jr, Opa Norbert 40 jr, tante Nel 6 mnd, Oma Elizabeth 44 jr, tante
Anna 14 jrFOTOs/Herinneringen-aan-opa-1-foto2.jpg
Ik laat eerst Ria vertellen, wat zij zich van Opa Norbert herinnert.
Vader vertelde vroeger wel eens over zijn jeugd. Wat ik me daarvan
herinner is: dat zijn grootvader een fabriek had waar “blauwsel” werd
gemaakt, verpakt in wit-katoenen zakjes, met ‘n koordje erom. Zo’n zakje
deed men in het laatste ’spoelwater’ van de was. Het wasgoed werd daar
helder wit van. Financieel ging het de familie van Stokkum voor de wind.
Zie familie-foto in album, met Vader als klein jongetje; iedereen draagt
prachtige kleding.
5e,4e,3e van
rechts: Opa Norbert, Oma, vader 2 jrFOTOs/Herinneringen-aan-opa-2-foto1.jpg
De erfenis ging naar de kinderen. Zodoende hadden ze het goed in het gezin van Vader-als-kind, totdat Opa Norbert van Stokkum ging drinken. Straatarm geworden, moest Vader, als jongen, geld gaan verdienen. Er werd echt honger geleden. ’s Avonds ging Vader naar de avondschool-bouwkunde. Dikwijls heeft Vader, als jongen, met zijn moeder z’n vader uit de kroeg moeten gaan halen. Die kon soms niet meer lopen – dan sleepten ze hem samen naar huis. Hij kreeg weleens een delirium van het vele drinken. Vader is daarom later lid geworden van de Blauwe Knoop. Er mocht geen sterke drank in huis komen, ook niet voor bezoek.
Zelf denk ik [= Ria], dat Vader zich schaamde over het drinkgedrag van zijn vader en daarom niets over hem in het “Familieboek” heeft geschreven. Volgens de verhalen was Vaders jeugd allesbehalve prettig.
Opa Leo Vogels
74 jrFOTOs/Herinneringen-aan-opa-3-foto1.jpg
Toch heeft hij Opa Norbert van Stokkum naderhand financieel nog
geholpen, en hem zelfs op kantoor een en ander laten doen. Ik herinner
mij dat Vader boos was over de partij schrijfpennen die Opa Norbert
besteld had - dozen vol. Wij moesten steeds die ondingen gebruiken
terwijl ik liever een ‘kroontjespen’ had.
Opa Leo Vogels heb ik ook nog gekend. Als hij bij ons op bezoek kwam, ging hij ’s middags met mij naar café LOOS, ’n borreltje drinken. Dan kreeg ik het zoutje. Opa Leo Vogels was ’n schat van ’n man!
Herinneringen van Antoon:
Opa Norbert deed mee aan openbare verkopingen van woonhuizen – soms huizenblokken – zelfs hele straten arbeiderswoningen. Dan nam Opa Norbert deel aan het bieden tijdens z.g. “opbod” omdat hij daaraan verdienen kon, als bij “afslag” (afmijnen) iemand hoger bood dan hij deed. Deze handelwijze had risico’s, want kwam er geen hoger bod, dan “hing” de bieder van “opbod”; die móést het aangebodene kopen.
Zo bleef Opa Norbert eens ‘hangen’ aan een hele straat. Ik denk dat hij toen zijn zaak (Timmermanswinkel) heeft moeten verkopen om aan z’n verplichtingen te kunnen voldoen. Of is hij failliet gegaan? Hoe dan ook, mij is verteld: Opa Norbert heeft ’n grote vloek gezegd en besloot, geen poot meer uit te steken; nooit meer te werken. Door deze teleurstelling in zaken is Opa Norbert aan de drank geraakt. Daarover schreef Ria uitvoerig. Ik vraag mij af: waar haalde Opa Norbert dat drinkgeld vandaan?
Omdat Oma toen geen huishoudgeld meer kreeg, moest Vader de kost verdienen voor z’n moeder en drie zussen: Marie, Anna en Nel. Voor zover mij bekend, was Vader toen boekhouder bij een natuursteenhandelaar. Maar dat leverde niet voldoende op om z’n moeder en zusjes in leven te houden én de huur te kunnen betalen. Omdat Vader voorheen bouwkundig tekenaar was, nam hij, voor de avonduren, tekenwerk aan voor een architect. Tot diep in de nacht, bij kaarslicht; want geld voor gaslicht ontbrak.
Tante Anna vertelde mij, dat Opa Norbert ‘s avonds laat of ’s nachts soms dronken thuis kwam, onderweg ’n biefstukje op de kop tikte en dat, terwijl z’n vrouw en kinderen sliepen, in de boter bakte en met ’n sneetje brood op at. ’s Morgens rook het huis daar nog naar, en vochten tante Rie en tante Anna dan met elkaar om het pannetje uit te likken, als ’lekkernij’.
Moeder vertelde mij eens:
Toen Vader en ik van plan waren om te gaan trouwen, besloot Vader om voor zichzelf te gaan beginnen met “De Nederlandsche Natuursteenhandel, P.J.M. van Stokkum”. Maar door zijn zorg voor zijn moeder en zusjes, had Vader niet kunnen sparen om te starten. De voorouders van Oma Vogels, Jongmans, waren gefortuneerd. Dat kwam goed uit want, vrijwel gelijktijdig dat Vader voor zichzelf wilde beginnen, ontving Oma Vogels-Jongmans een erfenis van f100.000,–. Dat bedrag verdeelde zij onder haar 4 kinderen: Emile, Jules, Annie en aan mij; ieder f25.000,–. Vader kon dat bedrag goed gebruiken als startkapitaal. [zie ook Toevoeging aan het eind]
Toen wij getrouwd waren, vernam Opa Norbert van Stokkum van deze gift. Onmiddellijk kwam hij geld bij z’n zoon ‘lenen’ zich bewust zijnde die leningen nooit te kunnen aflossen. Vader begreep dat ook wel, maar hij herinnerde zich ’n uitspraak uit de Bijbel: “Eert uw vader en uw moeder”, dus zijn kinderen verplicht voor hun ouders te zorgen. In die tijd ging er ’n gerucht: “Van ’n kind dat z’n ouders verwaarloosd heeft, zullen na de dood, de handen boven het graf groeien (uitsteken).”
Na ’n paar jaar had Opa Norbert van Stokkum die f25.000,- in kleine gedeelten “geleend”. Gelukkig ging de zaak goed, anders….
Tot zover Moeders verhaal.
[Antoon gaat verder met zijn herinneringen:]
Opa Norbert
65 jr; links: Dicteermachine en afslijpmachine de wasrollenFOTOs/Herinneringen-aan-opa-4-foto2.jpg
Na de Eerste Wereldoorlog heeft Opa Norbert bij Vader op kantoor
gewerkt. Ik zie hem daar nog zitten, achter Vaders bureau. Een foto met
tegenlicht genomen zit in fotoalbum 5. Wat Opa Norbert daar deed, weet
ik niet. Het personeel zal wel gedacht hebben: “ons in de gaten
houden.”
Oom Martien had vóór de Eerste Wereldoorlog een ijzerwarenwinkel in R’dam. Omdat hij volgens Vader geen zakenman was, ging hij failliet. Hoe hij in Den Haag terecht gekomen is, weet ik niet. Als kind heb ik veel bij tante Anna (op de Loonduinseweg) gelogeerd. Oom was toen ambtenaar bij bestrijding ‘zwarte handel’ tijdens de oorlog 1914-1918. Ik weet nog, dat hij, gewapend met een revolver, op de fiets reed achter een sleperswagen aan, die volgeladen was met zakken kolen en getrokken werd door twee hollende paarden. En dan te bedenken dat hijzelf, clandestien, een varken rookte, in een rookdicht geïsoleerd kippennachthok, bang dat de buren het “roken” zouden kunnen ruiken.
Aan ’t eind van die oorlog woonden Oom en Tante bij ons in huis. Op de Stationsweg. Vader liet oom Martien op kantoor werken, tegen kost en inwoning. Wat hij daar deed is mij een raadsel. Later woonden zij in de Grote Visserijstraat. Daar ging ik hen dikwijls bezoeken. Soms werd niet opengedaan als ik aanbelde. Later vernam ik: ze konden de huur niet betalen; de huisbaas was aan de overkant nieuwe huizen aan ’t bouwen. Ze moesten zich dus “schuil” houden. Tante vertelde mij dat ze dan achter de deur stond te huilen, omdat ze mij niet durfde binnenlaten, bang dat de huisbaas op haar af zou komen, vanwege huurachterstand.
Op 14/15 jarige leeftijd logeerde ik om te kuren enkele jaren bij hen in Kijkduin. Als Opa Norbert daar kwam logeren, kochten zij voor Opa Norbert ’n fles port. Want Opa Norbert was gewend vóór de warme maaltijd ’n glaasje port te drinken. Oom en tante dronken niet mee – waren dat niet gewend – oom Martien was reiziger bij de oliemaatschappij De Bataaf. Zij hadden het niet “breed”. In de twee jaar dat ik daar woonde, heb ik Opa Norbert nooit dronken gezien.
Ik neem aan dat Vader ook oom Martien en tante Anna financieel geholpen heeft. Zowel nadat hij failliet ging, als in Den Haag, Rotterdam en Kijkduin. Temeer, omdat tante Anna kinderloos bleef en ik haar troetelkind was. Heel dikwijls bij hen logeerde.
Links: Opa
Norbert 71 jr; rechts: Oma 74 jrFOTOs/Herinneringen-aan-opa-5-foto1.jpg
Moeder kon niet goed overweg met haar schoonmoeder, Oma van Stokkum.
Zij vertelde mij eens: Ik ben na ons huwelijk maar twee keer in m’n
geboortedorp, Blerick, geweest.
De eerste keer, kort na ons trouwen. Plots belde Oma [= haar
schoonmoeder] op: “Je man is ziek, kom onmiddellijk naar huis.” Wat
bleek? Vader had ‘n wondje aan z’n vinger. Woest was Moeder, op Oma.
Nadat Moeder aanbelde en de deur openging, stond Vader bovenaan de trap
en zei: “Zo, ben je daar?” Toen was Moeder ook boos op Vader, omdat hij
goed gevonden had dat Oma haar liet terugkomen. Oma van Stokkum was
’dominerend’.
De tweede keer mocht ik [=Antoon] mee naar Blerick. Ik was toen, denk
ik, 3 á 4 jaar. [Dus circa 1916.] Ik weet nog dat ik ‘n kort broekje aan
had met ’n bretel, waar ik erg trots op was. Van daaruit heb ik voor ’t
eerst in mijn leven getelefoneerd, met Vader. Moeder vertelde ook: “Ik
waste een kind, dat net kon staan. De kleine stond in z’n blootje op
tafel, toen Oma binnenkwam. Ik kreeg een standje omdat het kind ’bloot’
stond. ‘Schande’! Daarna kon Oma bij Moeder geen goed meer doen.
Tenslotte nog dit: Opa Norbert miste aan z’n linkerhand een vinger, of een deel ervan. Hij was bezig met ’n cirkelzaag. Plots raakten de tanden van de cirkelzaag z’n trouwring. En met de ring verloor hij die vinger.
Omdat oom Martien, in dit verslag, ’n paar maal vernoemd is, voeg ik er een omschrijving aan toe van de erbarmelijke omstandigheden waaronder hij stierf. Hij staat te boek als Martinus Johan Luyke, geboren te R’dam 16-2-1879. Hij trouwde op 26-9-1912 met Tante Anna (de zus van Vader); Anna is geboren op 4-2-1883.
Na het overlijden van tante Anna, in 1929, trouwde oom Martien met zijn huishoudster, die veel jonger was. Van haar kreeg hij twee zonen. Door dit tweede huwelijk werd het contact tussen de Van Stokkums en hem verbroken.
Kort na de Tweede Wereldoorlog, in februari 1948, zocht ik schriftelijk contact met hem. Dat lukte, en hij stelde dat erg op prijs. Het werden klaagbrieven over de slechte verhouding tussen hem en z’n vrouw. Hij woonde toen in Den Haag op het Weigeliaplein 48.
Omdat ik op mijn laatste twee brieven geen antwoord kreeg (eind jaren 50) ben ik naar zijn woning gegaan, om te informeren waarom een antwoord uitbleef. Op mijn herhaaldelijk aanbellen werd niet gereageerd. De benedenbuurvrouw merkte dat en vroeg mij ‘dringend’ binnen. Zij vertelde: “Het boterde niet tussen die twee. Ze maakten vaak ruzie – dat was bij ons in huis hoorbaar. Toen uw oom ernstig ziek werd en veel verzorging nodig had, verliet zij hem en liet ze uw oom onverzorgd achter. Een ambtenaar van de Gemeentelijke Gezondheidsdienst kwam daar achter. Hij vond uw oom, uitgehongerd, dood, te bed, liggend in een stinkende hoeveelheid uitwerpselen.” Tot zover het verhaal v.d. buurvrouw.
In augustus 2000 heb ik bij de Dienst Burgerzaken te Den Haag geïnformeerd naar de datum van zijn overlijden. Die is vastgesteld op 22-9-1958. Over de omstandigheden waaronder hij stierf was niets bekend. Het lijkt mij goed om ook deze herinnering te vermelden.
Toevoeging
Commentaar van Betty bij bovenstaand verhaal:
Stamboom rond Moeder (Elisabeth van Stokkum-Vogels)
De boedel van Helena Vogels-Jongmans werd verdeeld (na haar overlijden in 1908) onder haar man Leo en hun kinderen; dáár ontving Moeder die erfenis van. Later, toen het doordrong tot Moeder wat het betekende voor haar vader Leo, heeft Moeder daar veel spijt van gehad. Opa Leo Vogels is gaan inwonen bij oom Jules en tante Sjaan.