17 mei 1997
Nu de Groesbeekse KEI, aan de Biesseltsebaan, op de MONUMENTENLIJST komt, lijkt het mij belangrijk, de geschiedenis ervan, vast te leggen. Mede, om misverstanden te voorkomen.
P.J.M. van StokkumFOTOs/3_1.jpg
In 1918 kocht mijn vader: P.J.M. van Stokkum, wonende te Rotterdam, het ca 135 ha grote Landgoed âDe Hooge Hoenderbergâ.
Vanuit het centrum van Groesbeek was dit landgoed bereikbaar via de Heumensebaan, afslag de Bruglaan en de brug over de spoorlijn GroesbeekâNijmegen.
Nadat mijn vader de wegen beter begaanbaar had laten maken en sierbeplanting liet aanbrengen, wilde hij zijn Landgoed toegankelijk houden voor belangstellenden.
In de schrijftaal van toen, gaf hij zijn visie als volgt weer:
âWelk een genot verschaffen den groot-stedeling de uitgestrekte landgoederen! Uren lang kan hij er ronddwalen en genieten van de vrije natuur, gezonde lucht en rust. Ja, ârustâ!
Het zenuwsloopende, jachtende leven van den tegenwoordigen tijd ontvloden, komt hij daar onder de indruk van de schoonheid, de doelmatigheid, den rijkdom van Gods schepping. Hij komt weer tot zichzelf en aanschouwt met vreugde, wat ook de mensch daar wrocht. Hij gevoelt zich als ontlast van âs werelds beslommeringen en ⊠vrij!
Wat mag hij echter niet vergeten? Dat al dit schoons, waarvan hij geniet, slechts in stand kan blijven (voor hem en anderen), indien hiervan naar behooren gebruik wordt gemaakt.
Niet immer uit baldadigheid, meestal uit onnadenkendheid of domheid, verricht hij daden, die schade ten gevolge hebben. Planten, banken, wegen worden beschadigd, vogels verontrust, vaak zeer nuttige dieren gedood, pas ontkiemde plantjes vertreden, flesschen en papieren achteloos weggeworpen, enz.
Zelfs wil men, ondanks in de pers herhaaldelijk gelezen waarschuwingen en in de bosschen aangebrachte verbodsbordjes, voor dezen keer, niet eens het rooken nalaten !
Bij zóóveel gratis geboden genot wil men zich dit kleine offertje niet getroosten en bedenkt men niet, dat de vreugde van het verblijf ter plaatse ten slotte te danken is aan den eigenaar van het betreffende bezit, die, door openstelling ervan blijk geeft ook anderen daarvan te laten genieten. Die âanderenâ zijn veel en veel talrijker dan de leden van zijn gezin. (zijn gezin telt 13 kinderen). Aan welke zijde is dan gewoonlijk het grootste aantal genotsdagen?
BETEUGELING VAN BALDADIGHEID IN LANDGOEDEREN
Herhaalde boschbranden, vernielingen, beschadigingen enz. noopten al menigen bezitter, het publiek den toegang te verbieden. Aan de verbodsbordjes stoorde men zich eenvoudig niet! Zulke bordjes: Verboden dit en verboden dat en ⊠denkt aan de boschwachter stemmen menige, zich eindelijk vrij gevoelende wandelaar niet bijster prettig. Die verboden en bedreigingen wekken vaak ergernis bij hem op, ook tegenzin zich iets te ontzeggen, een offertje te brengen.â
Tot zover zijn verhaal.
Mijn vader had een vreselijke hekel aan alle soorten verbodsbordjes in de vrije natuur, want, zei hij âKwaadwillenden storen zich er toch niet aan, en bij goedwillenden wekken ze ergernis op.â
In 1922 plaatste hij, bij de ingang van zijn bezit een z.g. âzwerfkeiâ.
Deze KEI werd niet terplaatse gevonden, zoals soms wordt verondersteld en zelfs min of meer geologisch verklaard!
Maar ⊠deze FINDLING zocht mijn vader destijds persoonlijk in het Zwarte Woud. De KEI komt uit de omgeving van het plaatsje WALDULM, aldaar, plm 750 m boven de zeespiegel.
âHet laat zich denken (schreef vader later) hoeveel moeilijkheden in 1922 overwonnen moesten worden, vooraleer b.v. dat enorme blok graniet, die âonhandelbareâ kei, met een gewicht van maar liefst ca 6000 kg aangevoerd en ter-plaatse was opgericht en in beton verankerd. Zonder moderne vervoer- en hulpmiddelen. Want alle werkzaamheden geschiedden destijds nog met man-kracht, paard en kar, over bijzonder slechte, mulle, zandwegen.â
In deze KEI liet vader een in dichtvorm geschreven tekst beitelen, waarmee hij een-ieder hartelijk welkom heet, maar ook wijst waaraan hij / zij, als gast, zich te houden heeft. Die tekst, onder de aanhef Landgoed De Hooge Hoenderberg, luidt:
uit DE
VOLKSKRANT van 18 AUGUSTUS 1962FOTOs/1_0.jpegIn een tijdschrift van de Nederl. Heidemij, in die tijd, lees ik:
De eigenaar van een in het wonderschoone, boschrijke heuvelland tusschen Maas en Waal, nabij Groesbeek, gelegen boschbezit, wil de prettige stemming van den wandelaar niet bederven maar deze er liever inhouden, ja, als ât kan verhogen!
Hij wil den wandelaar niet ergeren, niet afstooten, maar voor zich innemen en roept hem bij den hoofdingang van zijn bezit dan ook toe:
âGeniet in vreugd, in stille vrĂȘe, Van ât geen Uw oog of oor moogâboeien.â
De door dit vriendelijk woord in prettige stemming gehouden en zich welkom gevoelende gast, leest dan verder met belangstelling al datgene, waaraan hij zich heeft te houden, indien hij het landgoed binnentreedt, zoomede het slot:
âTreedt ge hier in, dan ook zoo hand'len!â
Dus: Wilt ge, na lezing mijner rechtvaardige voorwaarden mijn gast zijn, aanvaardt dan ook de consequentie; handel overeenkomstig mijn voorschriften. Aan U, wandelaar, is de vrije keuze: Treedt in â wees welkom â geniet, maar gedraag U overeenkomstig mijn wenschen of ⊠richt Uw schreden elders heen !
Omstreeks 1924 liet vader achter deze KEI een schuilplaats aanbrengen bestaande uit een met grind beklede betonnen overdekking, als bescherming tegen regen of sneeuw.
Deze opstelling werd in de volksmond âDe GROTâ genoemd.
De Groesbeekse jongeren kregen onmiddellijk âluchtâ van de Grot en gebruikten deze, zowel op zon- en feestdagen als avonden om er-in te scharrelen. Mijn vader veronderstelde, dat in zijn Grot dingen konden gebeuren die âhet daglicht niet konden verdragenâ. Daarom liet hij onderstaand gedichtje in de achterkant van de KEI (binnenzijde van de Grot) beitelen:
FOTOs/3_2.jpgNadat ik de KEI in 1957 naar de Biesseltsebaan verplaatste, om dienst te doen als entree van mijn Bungalowpark âCANTECLEERâ doet dat gedichtje, op deze plek, vreemd aan.
FOTOs/4_0.jpg
KEI als zijkant van de grotFOTOs/3_3.jpg
KEI zonder grotFOTOs/3_4.jpg
Grot zonder KEI aan de zijkantFOTOs/4_2.jpg Achteraf betreur ik soms de
verplaatsing van de KEI, mede, omdat het schelp-vormige restant van de
Grot er zo gehavend bijstaat. Maar, op de huidige plaats is er meer
aandacht voor de KEI met opschrift dan op de oorspronkelijke plek.
Antoon van Stokkum, 11 mei 1997