[Onderstaand verhaal komt uit het boek Groesbeek het dorp der verrassingen (2000) en is geschreven door de plaatselijke geschiedschrijver G.G. Driessen]
Van Stokkum, zakenman, natuurliefhebber en projectontwikkelaar
Onderstaand overzicht is samengesteld op grond van gegevens geput uit het boek Van steen tot Hoenderberg, in 1964 gepubliceerd door zijn zoon A.M.M. van Stokkum. Petrus van Stokkum werd in 1881 te Rotterdam geboren en studeerde bouwkunde en geologie. In 1910 richtte hij daar een natuursteenhandel op; in dit vakgebied kreeg hij landelijke bekendheid. In zijn woonplaats Rotterdam genoot hij, overtuigd katholiek, aangezien als bestuurslid of voorzitter van verschillende katholieke verenigingen. Naast zijn grote kennis van natuursteen en bouwkunde kreeg hij belangstelling voor bosbouw en besloot daarom in 1916 lid te werden van de Ned. Heidemaatschapij.
Van Stokkum koopt het 'Maldens Vak' in 1918
Deze interesse deed hem besluiten in 1918 het 'Maldens Vak' te kopen, in die tijd op de terreinkaart het slechtste en meest verwaarloosde gedeelte van het landgoed De Wolfsberg. Zijn aankoop besloeg 130 ha, die hij met veel financiële inspanningen en veel kennis van zaken liet herbebossen en cultiveren. Zo liet hij daar 1.585.000 bomen planten, waaronder pijnbomen, grove dennen, lariks en dauglasii. Voor de bevloeiing van de jonge aanplant (en voor het maken van beton voor vogeldrinkbakken) moest, alleen al in juli 1921, per paard en kar vanuit het dorp 21.600 liter water worden aangevoerd. Verder liet hij paden en wegen aanleggen of verbeteren en: 'alles moest uit eigen middelen betaald worden'. Het stoorde hem dan ook bijzonder dat er jonge aanplant werd vernield, dat er werd gesprokkeld, dat er bosbranden werden gesticht, dat er werd gestroopt, dat er lijsterbessen en eikenblad werden geplukt en dat paardrijders zijn, met moeite aangelegde, paden vernielden. Hij schreef daarover een artikel onder de kop 'BETEUGELING VAN BALDADIGHEID IN LANDGOEDEREN'. Zijn hobby het landgoed de Hooge Hoenderberg vergde dus veel 'eigen middelen' die moesten worden opgebracht door zijn natuursteenhandel. Verder telde het gezin Van Stokkum dertien kinderen; voor de huishouding en hu opvoeding moet toch ook het nodige geld beschikbaar zijn geweest. Zo is het aannemelijk dat Van Stokkum zich, ondanks zijn bezit, niet veel luxe heeft gepermitteerd.
Vakantiedorp
Om zijn landgoed te kunnen behouden ontwikkelde hij een vooruitstrevend plan: verkoop van 60 ha. van zijn bezit met een mogelijke bestemming van recreatie - woongebied, kortom voor de bouw van villa's, zomerhuisjes, rusthuizen enzovoorts. Bovendien wilde hij op een oppervlakte van 50 ha. een complex van 100 zomerhuisjes bouwen. Hij was er van overtuigd dat dit vakantiedorp met een totale oppervlakte van 110 ha. straks in een 'even grote' behoefte zou voorzien als de ongerepte bossen die er omheen lagen.
Rotspartij 'De Grot' en de 'Zwerfsteen' bij Landgoed de Hooghe Hoenderberg, 1923
De landgoedeigenaar P.J.M. van Stokkum beschrijft deze in 1930 als volgt: 'Deze rotspartij is daargesteld in de jaren in de jaren 1922 en 1923. Het grote granietblok met inschrift is een z.g. 'Findling' uit de omgeving van Waldulm in het Schwarzwald. Deze steen is door De Nederlandche Natuursteenhandel P.J.M. van Stokkum, i Sept. 1921 aangevoerd en weegt plm 6000 kg. De vindplaats ligt circa 750 meter boven de zeespiegel. Links van den ingang der grot, op borsthoogte, bevindt zich een groote ronde kiezel-conglo-meraat ook wel 'puddingsteen' genoemd. Het in gewapend beton uitgevoerde deel der grot is bezet met kiezel, gevonden op het landgoed zelve. Hieronder zijn agaatsteentjes, silex, kwarts enz. enz. Er zijn ook enkele zwarte stukjes grind uit het spoorwegravijn tusschen, welke van andere herkomst zijn. De traptreden en trapranden zijn van Ettringerlecit - Tufsteen, uit den Eifel, de overige steenen (van verschillende natuursteensoorten, afkomstig van de morainen der gletschers) zijn alle op het landgoed De Hooge Hoenderberg zelve gevonden. Bij regen en onweder kunnen een tiental personen hier eene goed beschutting vinden. Bij felle zon biedt de bank in deze grot een welkome, koele, rustplaats.'
Tot zover de schepper P. van Stokkum. De grot markeerde de hoofdingang van het landgoed, die gelegen was bij de spoorbrug. Dit bruggetje en 't grotje was lange tijd tevens een punt van samenkomst voor de jeugd. Samen met de ingang van de bossen bij de Wolfsberg ('t van Pabst zien wald'), was dit één van de eerste van de eerste 'hangplaatsen' van het dorp. Het grotje werd in 1957 ontmanteld door de verplaatsing van de zes ton zware steen, die 35 jaar als zijwand had gediend. De steen bevindt zich tegenwoordig bij de tweede ingang van bungalowpark Cantecleer, gelegen aan de Biesseltsebaan.
Vooruitziende blik, in 1926, op de ontwikkeling van bungalowparken
Dat een dergelijk project niet zonder slag of stoot zou worden aanvaard is duidelijk. Er moest met verschillende instanties worden onderhandeld en om de bestuurders van zijn ideeën te overtuigen voerde hij een uitgebreide correspondentie. Uit de bewaard gebleven brieven blijkt dat hij een voor die tijd - 1926 - revolutionaire theorie op schrift zette, die eerst veertig jaar later zou worden uitgewerkt. Geheel volgens zijn visie opende Piet Derksen in 1967 zijn eerste park 'De Lommerberg' in Reuver, dat later zou uitgroeien tot 'Sporthuis Centrum' en nu bekend staat als 'Center Parcs'. Van Stokkum voorzag deze ontwikkeling en verwoordde deze als volgt: 'In de nabij toekomst zullen vooral gezinnen de vacantie het liefst in een vrijstaand huisje en buiten gelegen, willen doorbrengen, zoals ik dat zie in het buitenland; zéker als iedereen meer dan een week vacantie krijgt, wat stellig komt! En die huisjes moeten in landelijke stijl worden gebouwd!'. Het genieten van een vacantie kan welhaast geschieden op evenveel manieren als er mensen zijn, toch ben ik van mening, dat in de nabije ontelbaar velden de natuur zulle verkiezen. En zelfs graag in een 'eigen huisje' willen verblijven: 'Mits dat deel uitmaakt van een soort vacantie-dorpje. een kleine gemeenschap, want zij moeten zich ook hier met elkaar verbonden weten: slechts weinigen zulle de omringende, werkelijk ongerepte, vrij natuur opzoeken te voet verkennen de meeste vacantiegangers zullen, precies zoals het gaat in het buitenland, blijven of gaan waar ook anderen zijn'. Aldus van Stokkum in 1926
Deze verbluffende voorspelling op welk wijze 'het op vakantie gaan' zich zou gaan ontwikkelen is geheel bewaarheid geworden. Zijn gedachten om van zijn landgoed een 'Lustoord De Hooge Hoenderberg' te maken, om aan velen een gezonde ontspannende vakantie te kunnen bieden, heeft hij echter maar gedeeltelijk kunnen waarmaken.
Veel tegenslag
Hiervoor zijn verschillende oorzaken aan te wijzen, onder andere de economische crisis, die begon op 22 oktober 1929. Daardoor werd het uitermate moeilijk aan geld te komen, om de zeer grote kosten te dekken die hij zou moeten maken voor de aanleg van een drinkwaterleiding en van elektriciteit en telefoonaansluiting. Kosten, die niet in de laatste plaats zo hoog waren vanwege de grote afstand naar het dorp. Naast deze praktische problemen moest worden onderhandeld met de 'Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten'. Deze was juist in 1927 begonnen met onderhandelingen over de aankoop van de landgoederen De Wolfsberg en Muntberg en tussen deze vereniging en Van Stokkum ontstond een uitgebreide correspondentie. Verschillen van mening over bepaalde zaken en inzichten leidden er zelfs toe dat Van Stokkum in 1930 een onderhoud kreeg met de minister van staat, Binnenlandsche Zaken en Landbouw.
Van 'de Knotsch Klef' naar 'Panoramaberg'
Behalve in zijn landgoed zag Van Stokkum ook mogelijkheden in het dorp zelf. Al in 1922 kocht hij een braakliggend terrein, tegen de kom van het dorp, dat door de dorpsbewoners als vuilnisbelt werd gebruikt. In de volksmond stond dit stuk grond bekend als 'De Knotsche Klef', een oude naam die in 1851 genotuleerd wordt. Vermeldt staat dat de op de heuvel gelegen arbeiderswoning genaamde 'De Knots' gemeentelijk eigendom is. Van Stokkum besloot in 1923 daar een complex zomerhuisjes te bouwen en gaf het terrein de naam 'Panoramaberg', welke naam later door de gemeente zou worden overgenomen. Ook deze aankoop laat zien dat hij over een vooruitziende blik beschikte, maar ook dit plan heeft hij maar gedeeltelijk kunnen verwezenlijken. In 1926-1927 was hij echter zover gevorderd dat de eerste vier moderne landhuisjes konden worden gebouwd, naar een ontwerp van de architect Corn. Elfers. Voorde watervoorziening liet hij een eigen drinkwaterinstallatie, met elektrisch pompstation, aanleggen. (In Groesbeek zelf werd eerst in 1929 de waterleiding aangelegd, die in 1934 zou worden doorgetrokken naar de Panoramaberg.) Onbekend is hoeveel landhuisjes Van Stokkum daar wilde bouwen maar gezien de oppervlakte, circa 1.7 hectare, zal het meer zijn geweest dan de vier huisjes die werden gerealiseerd. Ook hier zou de economische crisis roet in het eten gooien. Zich niet bewust van het naderende onheil werkte Van Stokkum door aan zijn plannen betreffende de stichting van een vakantiedorp op zijn landgoed in de bossen.
In 1926 verstuurde hij twee uitvoerige circulaires waarin hij zijn plannen omschreef: 'Landgoed De Hooge Hoederberg'. Het bij uitnemendheid geschikte oord voor vestiging van Vacantie en Ontspanningsoorden, Rust of Gezondheidshuizen' Onder meer laat hij weten: 'Zij die het landhuisjescomplex vanuit Groesbeek willen bereiken, kunnen de reis vandaar per rijtuig (f 2,--) of per auto (f 2.50 a f 3,--) voleinden. Het vervoer van en naar het spoorwegstation Groesbeek, gaf de heer Th Braam, de eigenaar van Hotel 'Gelria' te Groesbeek. f 2,60 per paardenvracht van 500 kg. a 1000 kg. op. Levensmiddelen kunnen zéér voordelig uit Groesbeek betrokken worden. Het brood (in soorten) is van zeer goede kwaliteit en goedkoper dan in Nijmegen, evenzo melk, eieren, vleesch, groenten, aardappelen enz. Alles wordt zonder prijsverhoging per fiets of wagen in het op te richten landhuisjesdorp bezorgd. Voor inlichtingen kan men zich ook wenden tot den Secretaris van de Vereen. Vreemdelingen Verkeer 'Groesbeeks Belang'.
De Kamphut en het Boshuis
Toen, ondanks grote inspanningen , het omstreeks 1932 vrijwel zeker was, dat hij zijn grootse bouwplannen tot later moest uitstellen, misschien zelfs moest uitstellen, misschien zelfs wel aan zijn kinderen moest overlaten, besloot Van Stokkum aan zijn zoon Antoon financiële steun te verlenen voor de bouw van een vakantiehuis voor een M.T.S vereniging. Dit vakantiehuis, genaamd 'De Kamphut', met een capaciteit van ongeveer 60 bedden, werd in 1933 gebouwd en een jaar later voor het eerst verhuurd aan jeugdgroepen ( het gebouw is in 1963 verkocht aan een particulier die het verbouwde tot een bungalow). Daarna liet hij zoon Antoon, architect, een vakantie-villa ontwerpen die bestemd was voor zijn grote gezin. Deze villa, genaamd 'het Boshuis', kwam in 1934 gereed en werd eveneens in de zomer van 1935 verhuurd aan jeugdige vakantiegangers.
Per trein
Vermeldenswaardig is dat in de jaren 1935-1937 door de Spoorwegen een extra trein werd ingezet om een grote groep jeugdige vakantiegangers naar De Hoenderberg', te brengen en later weer op te halen. De rit voerde van Station Nijmegen tot stopplaats 'De Hoenderberg', een wensdroom van Van Stokkum die echter maar enige malen in vervulling is gegaan. Het 'Boshuis is later, na een verbouwing in 1950, bekend geworden onder de naam 'Jeugdhotel Die Hooge Hoenderbergh' Dankzij de hoge leeftijd die van Stokkum bereikte, mocht hij nog mee maken dat zijn zoon Antoon in 1953 begon met de aanleg van 'Bungalowpark Cantecleer'. In dat jaar konden er zes bungalows worden verhuurd, welk aantal in 1963 tot dertig huisjes steeg. P. van Stokkum had nooit kunnen dromen dat zijn plan voor vakantiehuisjes ooit door gasten uit de hele wereld zou worden bezocht. Sinds maart 1991 staat het namelijk bekend als Asielzoekerscentrum 'De Cantecleer', als zodanig een trekpleister voor het plaatselijke 'vreemdelingenverkeer.
Hieronder ziet u diverse foto's van Jeugdhotel Die Hooge Hoenderbergh
FOTOs/prent98.jpg
FOTOs/hoenderberg4.jpg
FOTOs/hoenderberg5.jpg
FOTOs/hoenderberg6.jpg
FOTOs/hoenderberg7.jpg
FOTOs/hoenderberg8.jpg
FOTOs/hoenderberg9.jpg
P.J.M van Stokkum bestemde in 1932 het Maldens vlak tot vliegveld
Dat de heer Van Stokkum een ondernemer met grote visie was bewijst hij nog eens in 1932, in die tijd van de grote werkloosheid toen de overheid naar projecten zocht om mensen aan het werk te zetten in de werkverschaffing. Zo was er een plan ontwikkeld om bij de gemeente Elst een vliegveld aan te leggen. Toen bekend werd dat dit wegens de hoge niet te realiseren was, klom Van Stokkum in de pen en plaatste hij op 30 december 1932 een ingezonden schrijven in De Gelderlander, met de suggestie 'een vliegterrein ten zuiden van Nijmegen aan te leggen'.Dit ongetwijfeld met de achterliggende gedachte dat, als het mocht lukken, het een geweldige opsteker voor zijn vakantieproject zou zijn. Zo schreef hij onder andere: 'Immers: bij Malden, tussen de prachtige autoweg Nijmegen - Venlo en de splitsing van de spoorlijn Nijmegen - Kleef - Venlo, is een meer dan groot terrein beschikbaar, dat vrij zeker geen grote geldelijke offers voor aankoop en aanleg zal vragen'.
Op 20 mei 1959 is het een 78-jarige Van Stokkum gegund in De Gelderlander te kunnen lezen: 'Vliegveld komt er na 27 jaar: Zaterdag 30 mei wordt het nieuwe vliegveld te Malden, hier op het Maldense Vlak, in gebruik genomen. Ter gelegenheid hiervan wordt een vliegfeest georganiseerd. Dan zullen de burgemeesters van Nijmegen en Heumen, met een zweefvliegtuig op het nieuwe terrein landen. Nu, na welgeteld 27 jaren, is er precies op door de heer van Stokkum voorgestelde plaats toch een vliegveld in Malden gekomen waarover hij zonder twijfel verheugd zal zijn.
Plan voor de bouw van een toeristenkerk op de Hooge Hoenderberg
In 1963, Van Stokkum is dan 82 jaar, heeft hij zijn plan voor een vakantie-dorp nog niet opgegeven. De Gelderlander van 13 september 1963 laat, onder bovenstaande kop, weten: 'Dat het Bisdom belangstelling heeft om in de omgeving van de Biesseltsebaan een toeristenkerkje te laten bouwen. Dat zou de betekenis van het 'lief dorp in de bossen' nog meer relief kunnen geven als toeristen-centrum. Deze toeristenkerk of liever kapel zou gebouwd kunnen worden op het 'resterende gedeelte' van het landgoed 'De Hooge Hoenderberg',welk perceel door de heer Van Stokkum met die bestemming werd geschonken aan het bisdom. Zo zal het denkbeeld van de heer P.J.M. van Stokkum daterende uit 1926 om hier een vacantie-dorpje te stichten geleidelijk aan gestalte kunnen krijgen indien de betreffende overheidsinstanties voortgaan met daaraan hun medewerking te verlenen zoals werd toegezegd'. Tot zover deze samenvatting uit De Gelderlander.
P.J.M. van Stokkum bleef dus tot op hoge leeftijd een strijdbaar man, die tijdens zijn leven veel betekend heeft voor de toeristische ontwikkeling van Groesbeek. Zijn idealen heeft hij maar gedeeltelijk kunnen verwezenlijken. De economische crisis van de jaren dertig, de bezettings en oorlogstijd 1940-1945 en, zo schrijft zijn zoon Antoon, 'het onbegrip voor het nieuwe' zijn hier de oorzaak van geweest.
'Tusculum' of 'De Campagne', nu bekend als 'De Poort'
Veel later zouden anderen de vruchten van zijn werk plukken, zoals nu de eigenaren van het conferentiecentrum De Poort. Van Stokkum verkocht dit terrein in 1927 aan rector G. Lamers van het Berchmanianum, filosofische faculteit te Nijmegen, voor de bouw van een rust-studiehuis voor Jezuïeten genaamd 'Tusculum', later bekend als 'De Campagne'. In 1985 is het gekocht door de Nederlandse Bahá'i-gemeenschap die er in 1987 haar conferentieoord 'De Poort' in opende. Behalve hotelaccommodatie tot 150 personen is er ook gelegenheid tot kamperen. Daarmee is wéér een van de doelstellingen van P.J.M. van Stokkum, ongeveer twintig jaar na zijn overlijden, in vervulling gegaan. Mocht er ooit eens behoefte zijn aan een straat of wegnaam in dat gedeelte van de bossen, dan zal het voor de hand liggen dat deze 'Van Stokkumstraat'of weg wordt genoemd.
'De Campagne', nu bekend als conferentieoord 'De Poort'